Reportage

De veiligheidsregio’s bezoeken het Watermanagementcentrum Nederland

De veiligheidsregio’s bezoeken het Watermanagementcentrum Nederland

Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 13 min

Watermanagementcentrum: ‘Watercrises zijn complexer dan je denkt’

Een watercrisis is complex en kent veel onzekerheden. De hevige regen in 2021 in Limburg, had bijvoorbeeld net zo goed in Twente kunnen vallen. Hoe kunnen waterbeheerders hun ketenpartners toch goed en snel informeren over de mogelijke scenario’s? De veiligheidsregio’s, verenigd in de leerarena’s van de coalitie IVG, brachten dit voorjaar een bezoek aan het Watermanagementcentrum om de wereld van het waterbeheer beter te leren kennen.

“Welkom in het Watermanagementcentrum Nederland!”, zegt strategisch adviseur Martijn Korpel, terwijl de leden van de leerarena's het gebouw binnen lopen. De groep bestaat uit crisisprofessionals van de veiligheidsregio's uit het hele land. In de leerarena’s van de coalitie Informatie Gestuurde Veiligheid (IGV) werken zij samen om hun werkwijze zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen én zo uniform mogelijk samen te werken met landelijke partijen.

Werelden verbinden
Martijn is blij dat zij een bezoek brengen aan het Watermanagementcentrum. “De veiligheidsregio's zijn bezig met veiligheidsinformatieknooppunten (VIK's). Zij brengen continu de risico's in beeld. In wezen doen wij dat ook al jaren, alleen dan gericht op droogte, overstromingen en specifieke gebeurtenissen. Het is belangrijk om deze werelden samen te brengen.”

Een watercrisis komt gelukkig niet vaak voor. Voor een overstroming moet je dan denken aan eens in de 50, 100 of 200 jaar. “Toch is het goed om structureel met elkaar verbonden te zijn”, vindt Martijn. “We zien namelijk regelmatig excessen op momenten dat we dat niet verwachten. Je moet dan snel kunnen schakelen. Dat gaat het beste als je elkaar al kent.”

Elkaar begrijpen
Hij vindt het bovendien belangrijk dat deze werelden elkaar beter gaan begrijpen. “We spreken nu niet dezelfde taal en denken niet in dezelfde tijdlijnen. Bij urgente zaken in het waterbeheer spreek je bijvoorbeeld over weken of maanden. Bij veiligheidsregio’s gaat het vaak over minuten.

Ook de complexiteit is anders. Iemand zei vandaag tegen mij: ‘Geef ons gewoon de water- en golfhoogtes in ons gebied, dan kunnen we zelf wel zien of dat risicovol is.’ Maar zo simpel is dat niet. In het waterbeheer is alles met elkaar verbonden. Een maatregel die je op één plek neemt, heeft gevolgen voor de waterhoogtes ergens anders. Je hebt de duiding van experts nodig om te weten wat er écht aan de hand is en welke risico's je werkelijk loopt.”

Crisisadviesgroepen
De groep is inmiddels aangekomen bij de Waterkamer: het kloppende hart van het Watermanagementcentrum. Dit is een grote ruimte die opgedeeld is in eilanden. Hier werken tientallen experts die continu de data in de gaten houden, duiding geven en waarschuwen als dat nodig is. Elk eiland heeft zijn eigen expertise, taken en verantwoordelijkheden.

De Waterkamer is opgedeeld in eilanden, ieder met zijn eigen expertise, taken en verantwoordelijkheden

“We werken hier met drie crisisadviesgroepen: één voor de kust en de benedenrivieren, één voor de grote rivieren en één voor het IJsselmeer-gebied”, vertelt Jacob Samuel Netel, coördinator bij WMCN-Kust, die de rondleiding verzorgt. “De producten die wij maken, zoals de droogtemonitor, zijn terug te vinden op onze website. Je vindt hier ook de verwachtingen voor de korte termijn. Wil je meer dan 2 dagen vooruitkijken? Neem dan contact met ons op. Je kunt dan inloggegevens krijgen waarmee je toegang hebt tot een webversie van de applicaties die wij ook gebruiken.”

Scheepvaart
Jacob loopt samen met ons naar het eerste eiland: de expertgroep die verantwoordelijk is voor de scheepvaartberichten voor de binnenwateren. “Via deze expertgroep krijgen de schippers bijvoorbeeld inzicht in de stroomrichtingen en – snelheden”, vertelt hij. “Ook krijgen zij een melding als er stremmingen zijn, bijvoorbeeld door een ongeval. Zo weten zij of zij moeten omvaren of dat zij rekening moeten houden met een smallere doorgang.”

Grote rivieren
We lopen door naar de crisisadviesgroep voor de grote rivieren. De experts die hier werken, berekenen onder andere de verwachtte waterstanden. “Zij werken met collega’s uit 50 verschillende landen samen”, vertelt Jacob. “Dat is ook logisch, want onze rivieren beginnen in de Alpen. Het water stroomt door Zwitserland, Frankrijk en Duitsland naar ons land toe. Overal op die route zijn meetstations geplaatst.”

Het meer Tomasee in Zwitserland wordt als officiële bron van de Rijn beschouwd

“Ik begreep dat jullie bijna 2 weken vooruit kunnen kijken”, zegt iemand uit de groep. “Dat klopt”, bevestigt Jacob. “Het water heeft maximaal twee weken nodig om van Zwitserland naar Nederland te stromen. Dus we weten met veel zekerheid hoeveel water we ongeveer uit de Alpen kunnen verwachten. We weten alleen niet precies hoeveel regenwater daar nog bijkomt. Hoe dichter de regen bij onze grenzen valt, hoe onvoorspelbaarder de waterhoogtes zijn.”

“Je vertelde dat dit een crisisadviesgroep is. Betekent dit dat jullie hier niet dagelijks mee bezig zijn?” wil iemand anders weten. “Er is altijd een team beschikbaar”, antwoordt Jacob. “Als zij zich zorgen maken, schalen zij op en kunnen zij waarschuwingen uitgeven. Ook geven zij twee keer per week een 15-daagse prognose uit.”

Waarschuwen in Europa
Jacob vertelt dat het Watermanagementcentrum niet alleen waarschuwingen geeft aan Nederland. “We zijn een onderdeel van de European Flood Awareness System (EFAS) en geven vanuit Nederland waarschuwingen aan alle landen in het westen van Europa, zoals België, Frankrijk, Spanje en Portugal. Dat doen we enerzijds omdat we daarvoor betaald worden vanuit de Europese Unie. Anderzijds bouwen we daar ook expertise mee op. Zo kunnen we hier leren van het waarschuwen voor hoogwater in andere landen.”

Het Watermanagementcentrum heeft bijvoorbeeld ook gewaarschuwd voor de wateroverlast in Valencia in 2024

De waarschuwingen die het Watermanagementcentrum geeft gaan naar de autoriteiten van de verschillende landen. Jacob: “Zij bepalen zelf hoe serieus zij die waarschuwingen nemen, en of zij bijvoorbeeld de burgers waarschuwen. Wij hebben bijvoorbeeld ook gewaarschuwd voor de wateroverlast in Valencia. Daar zat een bepaalde onzekerheid in omdat het ging om een neerslagverwachting. Terugkijkend kun je constateren dat de autoriteiten wat lang hebben gewacht om ook de bevolking te waarschuwen.”

Limburg 2021
“Hebben jullie het hoogwater in Limburg in 2021 ook zien aankomen?” wil iemand uit de groep weten. “We wisten bijna een week van tevoren dat er iets heftigs kon gebeuren”, vertelt Jacob. “Maar de kans daarop was klein en we hadden verwacht dat de regen in Twente zou vallen. Uiteindelijk viel de regen een heel stuk zuidelijker. We hebben daar waarschuwingen voor uitgegeven in Nederland en ook aan de Duitse en Belgische autoriteiten.

We waren verrast door de data die we zagen, ook omdat het zomer was. Het is ongebruikelijk dat er zoveel regen valt buiten het stormseizoen. Na het weekend zagen we de kans op hevige regen steeds groter worden. Er was nog wel veel onzekerheid over de locatie en de hoeveelheid regen die we konden verwachten. Inmiddels zijn onze weermodellen aangescherpt. Dus als er weer zo’n hevige regenbui aankomt, zijn onze voorspellingen beter. Ook zijn we samen met het KNMI bezig met het opzetten van een Early Warning Centre. Zo kunnen onze ketenpartners in de toekomst beter zien wat er op hen afkomt, ook als de kans op een heftige gebeurtenis bijvoorbeeld slechts 5% is.”

IJsselmeer
We lopen door naar de crisisadviesgroep van het IJsselmeer. “We geven hier onder andere waarschuwingen voor de verwachtte golfoploop. Dus: hoe hoog komen de golven tegen de dijken aan? De waterschappen willen die informatie graag weten, omdat golven schade kunnen aanbrengen.”

De crisisadviesgroep van het IJsselmeer geeft waarschuwingen voor de verwachtte golfoploop

We zien op een kaart dat het Watermanagementcentrum op zeer veel locaties verwachtingen verricht. “We zijn het aantal verwachtingspunten aan het terugbrengen”, vertelt Jacob. “We zijn namelijk tot de conclusie gekomen dat we voor te veel locaties waarschuwingen uitbrengen. Niet iedere locatie is even belangrijk. Dus we zijn samen met de waterschappen aan het kijken voor welke locaties zij informatie nodig hebben. Zo zijn we al van ongeveer 600 naar 150 verwachtingspunten gegaan.”

Kustbewaking
De laatste crisisadviesgroep die we bezoeken is de kustbewaking. “We geven uiterlijk 12 uur van tevoren waarschuwingen uit aan de hoofdstations langs de Nederlandse kust”, vertelt Jacob. “We zien een getijgolf al lang van tevoren aankomen. Hij stroomt de Noordzee binnen bij Schotland en gaat langs de Engelse kust naar het zuiden toe. Vervolgens komt hij in Vlissingen aan. Na 1,5 uur is hij in Hoek van Holland, 2 uur later in Den Helder, weer 2 uur later in Harlingen en ten slotte komt hij 2 uur later aan in Delftzijl.

Bij een noord- tot noordwestelijke windrichting, meestal door een storm, duwt de wind het water tegen de kust. Dat komt boven op de getijgolf en dat noemen we opzet. Afhankelijk van de timing van de storm kan de waterstand rond of tijdens hoogtij stijgen. Voor elk hoofdstation hebben we waterstandniveaus afgesproken die gekoppeld zijn aan kleurcodes. Bijvoorbeeld: het eerste waarschuwingsniveau bij Vlissingen is 3,10 meter boven NAP, terwijl het eerste waarschuwingsniveau bij Delfszijl 2,60 meter boven NAP is.”

Jacob Samuel Netel, coördinator bij WMCN-Kust, aan het werk

De kleurcodes zijn gekoppeld aan herhalingstijden. Dus code groen is voor een gebeurtenis die we verschillende keren per jaar zien, code geel zien we ongeveer 2 of 3 keer per jaar en code oranje 1 keer in de vijf jaar, bijvoorbeeld bij de storm Pia toen alle stormvloedkeringen voor het eerst gesloten zijn. Code rood wordt alleen uitgegeven bij zeer uitzonderlijke situaties, zoals de storm in 1953.”

Waterkwaliteit
Het laatste eiland dat we bezoeken, is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit. Jacob: “We hebben twee meetpunten: bij Lobith (waar de Rijn Nederland binnenstroomt) en bij Sint-Pieter (waar de Maas binnenkomt). Bij een vervuiling kan deze groep binnen een uur voorspellen hoe de stof zich door het water verspreidt. Ook heeft de groep zich bijvoorbeeld beziggehouden met de brand van de Fremantle Highway in 2023 bij Ameland. Zij verwachtten dat de olie richting de Waddeneilanden zou drijven. Om dit te voorkomen is het schip naar de Eemshaven gebracht.”

Het Watermanagementcentrum verwachtte dat de olie uit de Fremantle Highway naar Ameland zou drijven. Om dit te voorkomen is het schip naar de Eemshaven gebracht

Jacob vertelt tot slot dat er ook 2 crisisadviesgroepen zijn, die geen eiland hebben in de Waterkamer. Een van die groepen is de Landelijke Coördinatiecommissie voor Overstromingsdreiging (LCO). Zij geven duiding aan de impact van een hoogwaterstand. Dus: waar gaat een teveel aan water naartoe? Wat gaat er overstromen? En wat betekent dat precies?”

Watertekort
De spiegel van de LCO is de LCW: de Landelijke Coördinatiecommissie voor Waterverdeling. Zij adviseren bij een watertekort, aan de hand van een verdringingsreeks, waar het schaarse water naartoe gaat. “Weten jullie wat er op nummer 1 staat in deze reeks?”, vraagt Jacob aan de groep. “Dus welke voorziening heeft écht water nodig, en wordt pas als allerlaatste gekort?”

Bij droogte adviseert het LCW op basis van een verdringingsreeks waar het schaarse water naartoe gaat

De meesten denken: kerncentrales. “Bijna goed”, zegt Jacob. “De leveringszekerheid van energie staat op nummer 2. Op nummer 1 staan de waterkeringen. Waterkeringen hebben namelijk aan beide kanten druk nodig, anders loop je het risico dat ze instorten en dat complete steden overstromen. Dus dat is nog net wat belangrijker dan het water voor de energiecentrales.”

In gesprek
Het is voor de groep tijd om door te gaan naar de volgende sessie. In deze sessie gaan de deelnemers in gesprek met Martijn Korpel (strategisch adviseur van het Watermanagementcentrum), Jan van der Poel (adviseur informatievoorziening KCR2) en Cristel de Zwaan (coördinator van het LCO én het LCW).

De deelnemers gaan in gesprek met Jan van der Poel (links), Martijn Korpel en Cristel de Zwaan

Uit dit gesprek blijkt dat de veiligheidsregio’s en de waterbeheerders een hele andere manier van denken hebben. De veiligheidsregio’s willen vooral weten wat er op hen afkomt, terwijl de waterbeheerders denken in (faal)kansen en mogelijke scenario’s. “Wij weten vaak ook niet precies wat er gaat gebeuren”, vertelt Martijn. “Want het gaat om hele technische, inhoudelijke, complexe problematiek van kansen met een grote onzekerheid. De uitdaging is: hoe leggen we uit wat er speelt aan de veiligheidsregio’s die de materie niet door-en-door begrijpen? Het is namelijk wel belangrijk dat we jullie – ondanks alle onzekerheden - goed informeren, zodat jullie op tijd de juiste maatregelen kunnen nemen.”

Data
Cristel vertelt dat het Watermanagementcentrum op basis van de data natuurlijk wel íets kan zeggen. “Bij een teveel aan water kunnen we inschatten wat er op ons afkomt, wanneer dat gebeurt en waar. Ook weten we wat de zwakke plekken in de dijken zijn en welke processen er gaan spelen bij hoogwater. Op basis van die informatie kunnen waterschappen zich voorbereiden. Zij kunnen bijvoorbeeld maatregelen nemen om dijken te versterken. Zo verkleinen zij de kans dat de gevolgen heel groot zijn.”

Droogte is een thema waar het Watermanagementcentrum vaak al mee start aan het begin van het kalenderjaar. “We verzamelen data en halen informatie op bij bijvoorbeeld waterschappen, Rijkswaterstaat, provincies, scheepvaart, industrie, landbouw en drinkwaterbedrijven. Zo weten we hoe zij ervoor staan. Daar maken we één verhaal van en dat publiceren we op onze website. Die informatie is toegankelijk voor iedereen.”

Juiste duiding
De grote uitdaging is: hoe kun je als veiligheidsregio al die informatie op de juiste manier duiden, zodat je de juiste afweging maakt? Iemand uit de zaal vergelijkt het met het risico op natuurbranden. “Wij kijken voor het risico op natuurbranden op de website natuurbrand.nl. Daar zien we in welke fase we zitten. Vervolgens vragen we aan een brandweerprofessional om hier duiding aan te geven, en op basis daarvan maken we een afweging. Voor waterrisico’s is dat een beetje hetzelfde verhaal.”

De deelnemers kunnen vragen stellen

Cristel vertelt dat het Watermanagementcentrum samen met het KNMI bezig is met de doorontwikkeling van het Early Warning Centre. “Hier kunnen we risicobeelden voor water en weer delen en duiding geven. We willen dat op 1 september lanceren.” Martijn: “We willen dan een waterbeeld met jullie gaan delen, dat synchroon loopt met het risicobeeld van het weer van het KNMI. We willen dat samen met het KNMI als één product aanbieden.”

Verdiepingsslag
Jan van der Poel vertelt dat deze editie van de leerarena in samenwerking met KCR2 is voorbereid. “We zijn naar het WMCN gegaan omdat we hiermee de verbinding kunnen vormen tussen een landelijke partner, de regio’s en KCR2 als verbindende partij.

Voor ons als KCR2 is het belangrijk om hier een verdiepingsslag op te maken. De kennis en expertise van het WMCN kunnen hier enorm in bijdragen. Daarom hebben we afgesproken dat we later dit jaar een bouwplaats (werkgroep red.) gaan organiseren. We gaan dan met een kerngroep van de leerarena’s en van het Watermanagementcentrum kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we elkaar op de inhoud beter kunnen gaan vinden.” Martijn: “Kortom, dit werkbezoek is geen eindpunt, want er zijn nog veel stappen te zetten. Het voelt voor mij vooral als een startpunt voor een nóg betere samenwerking in de toekomst.”

22 juni 2026