Reportage
Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 4 min

Nazorg voor gemeentes? ‘Zorg dat het proportioneel blijft’

Bij hulpdiensten is er steeds meer aandacht voor nazorg. Maar tijdens een crisis of ramp staan er meer mensen in de frontlinie, zoals de medewerkers van de gemeente. Moet er ook meer aandacht komen voor hun mentale gezondheid na een crisisinzet? Die vraag stelden we aan Daan Prevoo, burgemeester van Valkenburg aan de Geul, en enkele collega’s.

“Tijdens een crisis gaat iedereen heel intuïtief aan de slag”, vertelt Daan Prevoo, burgemeester van de gemeente Valkenburg aan de Geul dat in 2021 getroffen werd door hoogwater. “Dat geldt voor mijzelf en dat geldt zeker ook voor de medewerkers van de gemeente. Zij zijn dienstbaar, betrokken, loyaal en collegiaal. Ze vragen zich helemaal niet af of zij de situatie aankunnen. Ze helpen gewoon.”

De overstroming was zeer indringend

De burgemeester heeft de indruk dat zo’n 90% van de medewerkers dit mentaal goed aankon. “Natuurlijk maak je tijdens zo’n crisis indringende gebeurtenissen mee. Veel mensen hebben bijvoorbeeld geholpen bij de nachtelijke evacuatie van een hospice. Dat is indringend, want het is donker en je hoort mensen roepen. Zelf ben ik getuige geweest van een bijna verdrinking. Dat soort gebeurtenissen doen iets met je. Maar dat betekent niet dat iedereen daardoor getraumatiseerd raakt. De meeste mensen zijn goed in staat om dat zelf te verwerken.”

Psycholoog
Toch merkte de burgemeester dat er ook mensen waren die wel last kregen van de gebeurtenissen die zij hadden meegemaakt. Maanden en zelfs jaren later zijn er nog mensen om die reden uitgevallen. “Het lastige is dat je vaak niet aan mensen kunt zien dat het niet goed met hen gaat. Daarom is het belangrijk om daar aandacht voor te hebben. We hebben dat zelf gedaan door de hulp van een psycholoog beschikbaar te stellen. Ook heb ik zelf naar de verhalen van mensen geluisterd. Dat laatste deed ik niet zozeer als burgemeester, maar gewoon als Daan. Je kunt ook van mens tot mens even de tijd voor iemand nemen.”

Na de crisis werd psychologische hulp beschikbaar gemaakt

Aan de andere kant zegt de burgemeester dat je als organisatie ook weer niet moet overdrijven in het bieden van nazorg. “Een traumatische ervaring is als een wond en de meeste wonden genezen. Dus ik vind het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor psychosociale nazorg. Maar het moet wel proportioneel blijven, want de meeste mensen kunnen veel aan.”

Nazorg
“Nazorg na de inzet bij een crisis of ramp is in veel gemeentes nog een ondergeschoven kindje”, zegt Walter Janssen, adviseur veiligheid en specialist bevolkingszorg bij Scherp in Veiligheid. “Het klopt dat de meeste mensen goed kunnen omgaan met een traumatische ervaring. Maar er zijn ook mensen die er wel last van krijgen en dat komt soms pas jaren later aan het licht. We weten uit wetenschappelijk onderzoek dat het helpt om meteen na een ingrijpende gebeurtenis aandacht te hebben voor nazorg. Ik zou dat mensen niet verplichten. Maar het is wel goed als er iets is waar mensen laagdrempelig gebruik van kunnen maken.”

Valkenburg aan de Geul werd in 2021 getroffen door hoogwater

Walter zegt dat het goed zou zijn om de nafase in drie delen op te knippen. De eerste fase is: gewoon luisteren. “Mensen hebben iets meegemaakt en het is goed als ze hun verhaal kunnen vertellen.” De tweede fase is het geven van psycho-educatie. “Mensen zullen misschien ervaren dat ze slecht slapen of regelmatig aan de gebeurtenis terugdenken. In deze fase leg je uit dat dit een normale reactie op een abnormale gebeurtenis is. In de derde fase vraag je hoe het nu met hen gaat. Het grootste gedeelte van de mensen zal zeggen dat het nu goed gaat. Een klein gedeelte heeft nog klachten die zorgelijk zijn. Je kunt hen adviseren om professionele hulp te zoeken.”

Walter kan zich vinden in de beeldspraak van de burgemeester dat een trauma te vergelijken is met een wond. Hij voegt daar nog iets aan toe. “Hoe eerder je een wond schoonmaakt, hoe minder groot de kans is dat hij gaat etteren. Dat geldt ook voor traumatische ervaringen. Hoe eerder je aandacht hebt voor nazorg, hoe minder groot de kans is op een trauma en hoe minder groot de klachten zullen zijn.”

Positieve vibe
Terug naar Valkenburg aan de Geul. We spreken drie medewerkers die tijdens de overstroming in de frontlinie stonden. De buitendienstmedewerkers Tim Jacobs en Ger Gerekens zijn die woensdagochtend begonnen met het vullen van zandzakken. “Mensen konden zandzakken bij ons komen halen en we kregen al snel hulp van vrijwilligers”, vertelt Tim. “Het water steeg snel en op een gegeven moment kregen we elk uur nieuwe berichten. We zijn bijvoorbeeld ook bruggen gaan afzetten.”

Door de overstroming was er veel beschadigd

Ger is tussen 19.00 en 19.30 uur naar huis gegaan, omdat de kelders van zijn eigen huis volliepen. Tim en veel van zijn collega’s hebben woensdag de hele nacht doorgewerkt. “We hebben die avond geholpen met de evacuatie van een verzorgingstehuis”, vertelt Tim. “Achteraf hoorden we dat dat maar net goed is gegaan.” Tim vond het mentaal niet zwaar om dit werk te doen. Integendeel. “De sfeer was juist positief. Mensen vonden het fijn dat we kwamen helpen en het was voor ons fijn dat we iets voor hen konden doen.”

Na de overstroming moest er veel puin geruimd worden

Die positieve sfeer bleef, ook de dagen na de overstroming. De buitendienst maakte toen dagen van 7.30 uur tot 18.00 uur en heeft ook het weekend doorgewerkt. “We hebben vooral veel puin geruimd”, vertelt Ger. “Mensen zetten hun hele huisraad aan straat en wij kwamen dat opruimen. We hebben toen wel veel emoties gezien. We zagen bijvoorbeeld fotoalbums tussen het puin liggen. Maar ik kan dat wel goed van mij afzetten. En het scheelt dat mensen blij waren dat we hen kwamen helpen.”

Boosheid en verdriet
Ook Deborah Bekkers vertelt dat er een positieve vibe was in de dagen net na de ramp. Zij was tijdens de ramp beleidsmedewerker Openbare Ruimte. “De boosheid en het verdriet kwamen pas daarna. Mensen zijn bang. Ze willen een oplossing en het liefste morgen. Ze verwachten dat de overheid hen helpt en het oplost. Als gemeente zitten wij het dichtste bij de burgers, dus ze spreken ons aan. Het duurt een hele tijd voordat het besef landt dat we als overheden ook niet alle wijsheid en oplossingen voor deze extremen in pacht hebben. Het is een brede maatschappelijke en zelfs globale opgave.”

Ger wordt op straat ook wel eens aangesproken door burgers die boos zijn op de overheid. “Ik laat hen meestal eerst uitrazen en daarna toon ik begrip. Aan het einde van het gesprek begrijpen ze vaak wel dat ik er ook niks aan kan doen.” Deborah vertelt dat die frustratie en boosheid tegen de gemeente lang heeft aangehouden. “Pas na een jaar merkte ik dat er een nieuwe status quo ontstond.”

Ramp na de ramp
Ook de burgemeester zegt dat veel pijn pas na de ramp komt. “Dan begint het lange wachten op de schadeafwikkeling en de mentale verwerking van alles wat mensen verloren zijn. Je moet je voorstellen dat zij soms echt alles kwijtgeraakt zijn dat in hun woning stond, dus de kinderfoto’s, een verzameling met jazzplaten en een kettinkje dat hen dierbaar was. Je doet als burgemeester wat je kan en wat je moet doen. Maar de impact van de ramp na de ramp blijft groot.”

01 december 2025