Jan van der Poel
Jan van der Poel
Jan van der Poel
Jan van der Poel
Bij een bovenregionale crisis is het belangrijk dat de informatiestromen landelijk op orde zijn. Hier wordt hard aan gewerkt door KCR2 en de Coalitie Informatiegestuurde Veiligheid (IGV). Tijdens SAIL 2025 werden deze informatievoorzieningen als fieldlab ingezet. Samen met kartrekker Jan van der Poel maak ik de balans op. Hoe staat het met de ontwikkeling van KCR2 en IGV? En wat zijn de lessons learned van het IGV Fieldlab SAIL?
KCR2 is net na de coronacrisis ontstaan. “Tijdens deze crisis merkten we dat het belangrijk is om een landelijk, actueel beeld te hebben waar je op kunt sturen”, zegt Jan van der Poel, adviseur informatie & analyse bij KCR2. “Maar we merkten ook dat het moeilijk was om dat te creëren als je geen goede basis hebt. Het veiligheidsberaad wilde bijvoorbeeld weten hoe de veiligheidsregio’s ervoor stonden. Daarom hebben we een aantal thema’s vastgesteld waar zij op gingen monitoren. Gaandeweg merkten we dat de veiligheidsregio’s verschillende definities gingen gebruiken en dat er nieuwe thema’s bijkwamen. Er was meer onderlinge afstemming nodig om tot één landelijk beeld te komen.”
Hoe hebben jullie dit na de coronacrisis opgepakt?
“Er zijn verschillende initiatieven ontstaan. Een van die initiatieven is KCR2. KCR2 is een platform waarop alle relevante informatie samenkomt, zowel landelijk als vanuit de regio’s.
Daarnaast hebben we gemerkt dat het belangrijk is dat de veiligheidsregio’s onderling beter samenwerken. Daarom zijn we ook gestart met de Coalitie Informatiegestuurde Veiligheid (IGV). Dit is een versterkingsprogramma van de veiligheidsregio’s waarin zij samen werken aan een gemeenschappelijk beeld op verschillende thema’s. Gezamenlijk maken zij informatieproducten zoals een veiligheidsbeeld, dashboards, een geo-viewer en een portaal waar alles in samen komt. Daarnaast komen zij vier keer per jaar samen in leerarena’s.
Veel van deze producten zijn al operationeel. Je kunt op bepaalde thema’s al een actueel landelijk beeld krijgen, waarbij je kunt inzoomen op de verschillende veiligheidsregio’s. Dat geeft een goede basis. Er moet nog wel veel werk verzet worden om deze beelden gedetailleerder te krijgen. De veiligheidsregio’s zijn bezig om het eens te worden over definities en uitgangspunten, zodat zij die slag kunnen maken.
Daarnaast hebben we regelmatig fieldlabs, waarin we de vertaalslag maken naar een inzet in de praktijk. We hebben al fieldlabs gehad bij voorzienbare inzetten, zoals de jaarwisseling en Koningsdag. Daar leren we veel van. Het is de bedoeling dat we onze informatievoorzieningen de komende jaren ook gaan inzetten bij onverwachtse gebeurtenissen.”
Je hebt nu veel verteld over de Coalitie Informatiegestuurde Veiligheid (IGV) en de fieldlabs. Hoe moet ik KCR2 zien?
“KCR2 is het centrum voor operationele informatie en crisiscoördinatie waarin alles samenkomt. We leggen hier de basis voor de informatievoorziening van de toekomst. Je kunt het vergelijken met het ontstaan van de veiligheidsregio’s na de vuurwerkramp in Enschede. We hebben toen een structuur opgebouwd waar we nog altijd mee werken. Zo is dat ook met KCR2. We maken een grondplaat voor de informatievoorziening waar de toekomstige generaties op verder kunnen bouwen.”
Kun je een voorbeeld noemen van geleerde lessen die jullie in KCR2 toepassen?
“Zeker. We maken bij een crises gebruik van het LCMS. Zo hebben we de afgelopen jaren veel geleerd over het delen van informatie met teksten. Maar sommige inzichten kun je niet gemakkelijk uit teksten halen. Je gaat pas zien wat er écht aan de hand is, als je de informatie grafisch weergeeft. Daar willen we de komende jaren nog meer stappen in zetten.
In een grafische weergave kun je precies zien welke gevolgen een opstopping heeft voor de schepen die daarachter varen
We hebben dit ook ervaren tijdens SAIL. We hadden toen een digital twin gemaakt waarop je alle schepen zag varen. Een van die schepen bleef tijdens de SAIL-Out iets te lang op dezelfde plek liggen. Op de grafische weergave kon je precies zien welke gevolgen dat had voor de schepen die daarachter voeren. Dat soort inzichten haal je niet uit een tekst.”
Jullie hebben dit jaar een fieldlab gehouden tijdens SAIL. Waarom hebben jullie voor dit evenement gekozen?
“SAIL is een bovenregionaal evenement. Het vindt in 3 veiligheidsregio’s plaats. Het is bovendien een evenement op het land en op water. Daarnaast is het een groot evenement dat 5 dagen duurt en 2,5 miljoen bezoekers trekt. Dat betekent dat we daar veel kunnen leren.”
Hoe hebben jullie dit fieldlab aangepakt?
“We hebben ons op verschillende vraagstukken gefocust zoals crowdmanagement, de drukte op het water en het monitoren van de drones in de lucht.
In een fieldlab is het natuurlijk belangrijk dat de producten die we ontwikkelen een bijdrage leveren aan KCR2 als geheel. Daarom hebben we vooraf enkele principes opgesteld waar onze informatieproducten aan moesten voldoen. Ze moesten in de eerste plaats gebruiksvriendelijk en schaalbaar zijn. Ook moesten ze toepasbaar zijn voor een bredere informatievoorziening.
Ze moesten bovendien een bijdrage leveren aan het versimpelen of versnellen van de processen. Er komt de komende jaren namelijk veel op ons af. We moeten efficiënter gaan werken om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen. Het laatste uitgangspunt was een optimale beveiliging. Alle data die we verwerken moet altijd veilig zijn.”
Hoe zijn jullie vervolgens te werk gegaan?
“We hebben ervoor gekozen om niet alles aan de voorkant dicht te timmeren. In een infografic hebben we weergegeven waar we stonden en in een roadmap wat we wilden bereiken. Vervolgens zijn we gewoon begonnen.
We hebben in kaart gebracht welke publieke en private partijen we nodig hadden om ons doel te bereiken. Vervolgens hebben we gekeken met wie we al een samenwerking hadden, en welke partijen we nog misten. Zo kwamen we op 30 tot 40 verschillende partijen uit. We hebben 10 ontwikkeldagen georganiseerd waarin we samen met hen aan de slag zijn gegaan.”
Hoe waren die ontwikkeldagen opgezet?
“De eerste drie bijeenkomsten waren aanbodgestuurd. We hebben tijdens de kick-off bijeenkomst een gezamenlijke doelstelling geformuleerd. Vervolgens hebben we aan onze partners gevraagd welke bijdrage zij konden leveren.
'In het begin was onze aanpak wel spannend'
In het begin was deze aanpak wel spannend, zowel voor ons als voor onze leveranciers. Zij zijn namelijk gewend om met een concrete opdracht aan de slag te gaan. Nu werden zij uitgedaagd om samen met de andere partners te kijken welke bijdrage ze konden leveren. Ik merkte dat dit zorgde voor een enorme nieuwsgierigheid naar elkaar toe. We organiseerden deze dagen telkens bij een van de partners. Ook dat zorgde voor verbinding, omdat je elkaar dan beter leert kennen. Zo hebben we samen met onze partners gekeken hoe we ons doel konden bereiken.”
Zou deze aanpak ook voor andere vraagstukken geschikt zijn?
“Ik verwacht van wel. We staan regionaal voor grote vraagstukken, zoals het risico op langdurige stroomuitval. Ik denk dat het goed is om te staan voor de afspraken die we daar landelijk over gemaakt hebben. Vervolgens zou je in ontwikkeldagen kunnen kijken wat de regio’s al ontwikkeld hebben, en wat er nog ontbreekt. Door dit samen te brengen, en de scherpte met elkaar op te zoeken, kun je dit vraagstuk samen verder brengen.”
Terug naar SAIL. Welke stappen hebben jullie gezet na de aanbodgestuurde bijeenkomsten?
“We hebben een aantal vraaggestuurde bijeenkomsten gehouden. Daarin hebben we gekeken hoe we de vertaalslag konden maken van data naar informatie. Een voorbeeld daarvan is het meten van drukte. We hadden besloten om de drukte op het land weer te geven in de kleurcodes groen, geel, oranje en rood. Vervolgens moet je met elkaar vaststellen hoe je dat gaat meten, wie dat gaat monitoren, wat de grenswaarden zijn, wie er gealarmeerd wordt als het té druk wordt, etc. Dit proces hebben we ook doorlopen voor de aanwezigheid van drones in de lucht en voor de drukte op het water. Deze drie elementen hebben we samengebracht.
Dit samenbrengen leverde al een belangrijk inzicht op. We hadden namelijk voor de drukte op het water andere definities ontwikkeld als voor de drukte op het land. Daardoor begrepen deze twee werelden elkaar niet meer. We hebben toen besloten om met dezelfde kleurcodes te gaan werken, ook al zijn de onderliggende rekenmodellen verschillend van elkaar.
De laatste belangrijke stap was de borging van het geheel. We hebben 670 documenten opgesteld waarin we alles borgden. Dat zijn overeenkomsten, spelregels, etc.”
Hoe verliep SAIL?
“Goed. In het fieldlab hielden we continu zicht op het evenement. Daarnaast hadden we een ontwikkelteam samengesteld. Dit team kon tijdens het evenement nieuwe bouwstenen ontwikkelen die we live aan de operatie toevoegden.
We kregen bijvoorbeeld de eerste dag te maken met een mogelijke dreiging op het water. We kregen toen de vraag of we in kaart konden brengen waar de tallships lagen. We hebben deze met het ontwikkelteam uit de data gefilterd en toegevoegd aan de operatie. Zo konden zij live zien waar de tallships zich bevonden.
We hebben ook bij andere evenementen gemerkt dat dit een krachtige manier van werken is. We hadden deze zomer bijvoorbeeld het festival ‘Op de ring’ waarmee we het 750-jarige bestaan van Amsterdam vierden. Tijdens dit festival was het erg heet, en daarom vroeg de organisatie zich af hoe warm het asfalt zou worden. Het ontwikkelteam kwam toen op het idee om dit te meten met de sensoren die in de winter gebruikt worden om te meten of er gestrooid moet worden. Deze metingen hebben we als een extra element ingebracht in de operatie.
Ik verwacht dat het werken met dit soort bouwstenen een belangrijk element van KCR2 wordt. Ik kan me voorstellen dat we in het hele land veel van dit soort bouwstenen gaan ontwikkelen die je bij specifieke situaties gemakkelijk aan de operatie toe kan voegen.”
Hebben jullie tijdens dit evenement veel geleerd?
“Jazeker. We hebben tijdens het evenement een backlog bijgehouden waar iedereen verbeterpunten in op kon schrijven. Dit is een hele lijst geworden, waar we na het evenement mee aan de slag zijn gegaan. Zo is het een continu leerproces.”
Kun je een krachtig element noemen dat voor andere crisisorganisaties ook toepasbaar is?
“Ik vond het krachtig dat we deze operatie als netwerkorganisatie samen met onze partners hebben vormgegeven. Natuurlijk moet je als veiligheidsregio de kar trekken en de regie houden. Maar je hebt de inbreng van je partners ook nodig. Ik heb het gevoel dat het om een cultuurverandering vraagt om wat minder intern gericht te zijn en wat meer de blik naar buiten open te zetten. Het is krachtig om het als een reis te zien die je gezamenlijk maakt.”
Hoe verwacht je dat KCR2 en informatiegestuurde veiligheid zich de komende jaren verder ontwikkelt?
“KCR2 en informatiegestuurde veiligheid ontwikkelen zich continu. Ik verwacht dat evenementen daar de komende jaren een belangrijke bijdrage in kunnen leveren. We gaan bijvoorbeeld nog een fieldlab houden tijdens Koningsdag, de TT in Assen en het bevrijdingsfestival. Het voordeel van evenementen is dat ze lekker concreet zijn. Daardoor kun je er veel van leren.
De volgende stap is om KCR2 ook in te gaan zetten voor onvoorspelbare scenario’s en grotere thema’s, zoals de weerbare samenleving. We zijn in Nederland nu bijvoorbeeld bezig met het opzetten van noodsteunpunten. Maar weten burgers bij een crisis waar ze terecht kunnen? Wij kunnen visueel inzichtelijk maken waar de verschillende noodsteunpunten zijn. Ook op andere thema’s kunnen we een bijdrage leveren, zoals de uitval van telefonie. We kunnen op een grafische kaart inzichtelijk maken waar dat soort voorzieningen uitgevallen zijn.”
Wat is jouw wens of droom voor de toekomst?
“Ik denk dat we de komende 5 tot 10 jaar enorm moeten versnellen om onze organisaties wendbaar te houden. We hebben nu nog de tijd om dat goed te doen. Maar er breken ook andere tijden aan.
Ik vraag me af hoe we dan terugkijken. Hebben we dan het gevoel dat we onze tijd goed besteed hebben? Of hebben we dan het gevoel dat we meer hadden kunnen doen, bijvoorbeeld door efficiënter te gaan werken? Kortom, ik denk dat we onze tijd nu goed moeten gebruiken zodat we structuren opbouwen waar we straks op kunnen vertrouwen.”