Frans Willem: "Vaak zijn dit zelfs betere beslissingen dan star vasthouden aan de geldende protocollen. De eilandbewoners kunnen razendsnel schakelen. Ze kennen elkaars kwaliteiten en weten wat werkt. Ze bouwen hier een enorme ervaring mee op, die ze supersnel kunnen inzetten."
Casper: "En wat opviel: ze zijn zich ontzettend goed bewust van wat ze kunnen leveren én van wat ze niet kunnen. Kwaliteitsvermindering is voor hen geen noodoplossing die ze erbij nemen – het is een bewuste manier van werken in een schaarse omgeving. De keuze is: lagere normen of niets. Dan kies je voor lagere normen. Dat is geen wanhopige improvisatie, maar vindingrijkheid en een doordachte strategie."
Is er nog iets dat opviel?
Casper: "Ja, de beslissingsbevoegdheid ligt veel lager dan aan de vaste wal. Bij grote incidenten kan de reddingsboot maar één keer efficiënt varen: twintig minuten heen, twintig minuten terug. Er is geen tijd om te wachten tot de OvD-er ter plaatse is. De capaciteit van de boot is nodig voor het vervoer van de zwaargewonden. Dus de operationele mensen op het eiland managen zelf wie er wel of niet meegaat op de boot. Schaarste leidt dus heel direct tot meer operationele autonomie.”
De hulpdiensten op de Nederlandse eilanden werken dus ook met een eigen crisisstructuur. Hoe werkt dat?
Sytske: "Ze werken met een CoWa: Coördinatieteam Waddeneilanden. Dat is een soort motorkapoverleg, maar dan gestructureerder. Alle kolommen zitten erin: brandweer, politie, geneeskundig, gemeente, KNRM. De OvD's zitten daar niet in, want zij zijn meestal niet op het eiland aanwezig. Bij grotere incidenten is het CoWa de vooruitgeschoven post van het CoPI dat aan de vaste wal bij elkaar komt. Zij zijn de ogen en de oren op het eiland, en regelen veel zelf.”