Terugblik NIPV-congres: ‘Beter samenwerken met burgers en bedrijven’
Het NIPV Congres Crisisbeheersing stond dit jaar in het teken van een betere samenwerking met burgerinitiatieven en bedrijven. Het was bovendien een feestelijke editie waarin lector Menno van Duin benoemd werd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het burgerinitiatief Praat met je Straat nam de eerste NIPV Impact Award Crisisbeheersing in ontvangst, die vanaf nu jaarlijks uitgereikt wordt.
“Crisismanagement doe je samen”, zegt spreker Han ter Heegde, burgemeester van de gemeente Gooise Meren. “Maar op een gegeven moment is het ook goed om de grote trekkers te eren.” Daarom vraagt hij Menno van Duin, lector crisisbeheersing bij het NIPV, om het podium op te komen.
Onderscheiding
Menno is zichtbaar verrast. Terwijl hij het podium betreedt, ziet hij dat zijn vrienden en familie de zaal inlopen en plaatsnemen in het publiek. “U bent al 40 jaar de goeroe op het gebied van crisismanagement in Nederland”, zegt de burgemeester. “U heeft alle grote onderzoeken gedaan, rondom de Bijlmerramp, de coronacrisis, noem maar op. Daarmee heeft u de basis gelegd voor het vak crisismanagement zoals we dat nu nog altijd kennen. Ik begreep dat u zich daarnaast ook privé inzet voor het maatschappelijke belang, bijvoorbeeld als raadslid in de gemeente Capelle aan den IJssel en als bestuurslid van de tennisvereniging. Daarom heeft het zijne Majesteit de Koning behaagd om u te benoemen als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.”
Overdonderd en toch ook met trots neemt Menno zijn onderscheiding in ontvangst. Hij bedankt zijn familie en alle collega's waar hij al die jaren mee heeft samengewerkt. Toch is er niet veel tijd om stil te staan bij deze onderscheiding, want het congres heeft een overvol programma. Dus na een kort praatje maakt hij plaats voor de volgende presentatie.
72 uur stroomuitval
Een van de sprekers is Anja Schouten, burgemeester van Alkmaar. Zij vertelt in haar presentatie hoe haar gemeente zich voorbereidt op 72 uur stroomuitval. Ze blikt allereerst terug op de stroomuitval in Spanje en Portugal in april 2025. “Ik herinner me al die politieagenten die in Barcelona de straat opgingen om het verkeer te regelen. Dat voelde goed, want in een situatie waarin veel dingen uitvallen is het des te belangrijker dat je als overheid laat zien dat je er bent. Dus daar hebben we in onze plannen rekening mee gehouden.”
Wat is cruciaal?
Haar gemeente bereidt zich al geruime tijd voor op 72 uur stroomuitval. “We hebben ons regelmatig afgevraagd: welke diensten zijn écht cruciaal voor onze burgers? Wat moet het echt blijven doen als alles uitvalt? Keer op keer kwamen we tot de conclusie dat best veel dingen wel even kunnen wachten. We hoeven die eerste 72 uur geen vergunning te verlenen of geen uitkering te verstrekken. Dat kan echt wel een paar dagen wachten. Er is één dienst die we niet kunnen missen, en dat is het vermogen om te communiceren.
Normaal gesproken communiceren we digitaal, bijvoorbeeld via de mail of telefonisch. Tijdens een stroomuitval zijn die systemen niet meer beschikbaar. Dus we moeten andere manieren vinden om met onze inwoners en met elkaar te communiceren.”
Analoog denken
De voorbereiding vindt op verschillende niveaus en thema's plaats. De burgemeester vertelt dat ze daarin veel gehad heeft aan de VNG handreiking weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau. “Vooral het analoge denken is belangrijk”, zegt ze. “Heb je toevallig nog een facilitair medewerker in dienst die het jaar 2000 heeft meegemaakt? Koester hem of haar. Deze mensen komen uit een tijd dat alles nog analoog was, dus zij hebben overal al een keer over nagedacht.”
De gemeente Alkmaar heeft bijvoorbeeld elektronische toegangssystemen. “Dus bij een stroomuitval komen we het gemeentehuis niet meer in. We zijn hier ingedoken. En wat blijkt? We hebben nog een sleutelplan uit de tijd dat alles analoog was. Er is zelfs nog een piketdienst, gevuld met mensen die tijdens een stroomuitval het sleutelplan kunnen uitvoeren.”
Meterkastkaart
De gemeente moet zich niet alleen zelf voorbereiden op 72 uur stroomuitval. Het is ook belangrijk dat zij de burgers hierin meenemen. Daarom hebben zij de inwoners een meterkastkaart toegestuurd. Hier staat alle praktische informatie op die zij tijdens een langdurige stroomuitval nodig hebben, zoals de adressen van de brandweerkazernes die open zijn en de frequentie van het radionoodnet.
‘Alle inwoners hebben een meterkastkaart gekregen’
Op de achterkant staat algemene informatie, zoals de samenstelling van een goed noodpakket. “Ook staat daar de oproep om bij stroomuitval te checken of het goed gaat met je buren", vertelt de burgemeester. “Want het helpt als iedereen voor zijn buren zorgt. Dat betekent dat wij ons op de meest kwetsbare mensen kunnen richten.”
Noodsteunpunten
De gemeente wil de inwoners elk half jaar een nieuwe meterkastkaart toesturen. “Dat is ook voor onszelf een goede stok achter de deur, want dat stimuleert ons om elk half jaar nieuwe stappen te zetten. Op de oude kaart staan bijvoorbeeld nog vier brandweerkazernes. Na de zomer komen we met een nieuwe kaart. Met een beetje geluk staan daar al acht locaties op waar burgers terecht kunnen voor hulp bij een langdurige stroomuitval.”
Op de kaart staat ook wat de inwoners wel of juist niet van een noodsteunpunt kunnen verwachten. “Je kunt hier bijvoorbeeld niet je telefoon opladen, maar wel je essentiële, medische apparatuur.”
Anja eindigt haar presentatie met enkele takeaways. “Plannen maken en vooruitdenken is goed, maar vergeet ook die praktische kant niet. Want uiteindelijk heb je ook veel simpele dingen nodig, zoals hesjes en noodstroom voor een kopieerapparaat waar je flyers mee kunt maken.”
Kopgroep
Na een plenair gedeelte is het tijd voor verschillende deelsessies. Ik schuif aan bij een deelsessie van Deloitte. “We zijn een commercieel bedrijf", zegt spreker Bastiaan Walenkamp, managing director bij Deloitte. “Naast onze commerciële activiteiten hebben we ook een aantal maatschappelijke initiatieven. Een daarvan is het ‘Whole-of-society'-programma. Dat is een collectieve aanpak waarin publieke en private partijen samenwerken aan het beperken van de risico’s én het bouwen aan een weerbaar toekomstperspectief. Wij hebben dat vormgegeven met een zogenoemde ‘Kopgroep’. Het bijzondere aan deze groep is het grote onderlinge vertrouwen dat het fundamentele uitgangspunt vormt voor de publiek-private samenwerking.”
28 partijen
De Kopgroep bestaat uit 28 deelnemende partijen; bestuurders van bedrijven, overheidsinstanties, kennisinstellingen en NGO’s die kennis en ervaring uitwisselen om samen weerbaar te worden en gezamenlijke initiatieven te ontplooien. Dit is ontstaan door een moreel appel van de voormalig hoogste NAVO-militair Rob Bauer.
“We werken vanuit Deloitte al jaren met hem samen", vertelt Bastiaan. “Het is zijn persoonlijke missie om de maatschappelijke en economische weerbaarheid te vergroten. Vanuit die visie vindt hij het belangrijk dat dit onderwerp bij bestuurders landt. Hij heeft ons benaderd met de vraag of wij een groep bestuurders bij elkaar konden brengen, zodat hij dit verhaal kon vertellen. Dit verzoek heeft intern tot gesprekken geleid. We dachten: het is zonde om alleen te vertellen hoe belangrijk het allemaal is, en het daarbij te laten. Het is beter om dit onderwerp met z'n allen op te pakken. Zo is het idee van de Kopgroep ontstaan.”
Bijzondere avond
Bastiaan vertelt dat het een bijzondere avond was. “Rob Bauer kan gewoon goed vertellen. Hij wist de bestuurders echt te raken.” De bestuurders hebben die avond drie dingen met elkaar afgesproken. In de eerste plaats: we gaan vaker dit soort dialogen houden, want dat zorgt ervoor dat je elkaar beter begrijpt. In de tweede plaats: we gaan meer onderzoek doen naar de publiek-private samenwerking. En ten slotte: we gaan kennis en ervaring met elkaar delen, zodat we niet allemaal zelf het wiel hoeven uit te vinden.
Er zitten inmiddels verschillende organisaties in de Kopgroep, zoals Albert Heijn, het Rode Kruis en KPN. “Hoe representatief is deze groep?” wil iemand uit het publiek weten. “We kunnen natuurlijk nooit 25 veiligheidsregio's huisvesten, en dat willen we ook niet", zegt Bastiaan. “Dat geldt ook voor de 342 gemeentes. Daarom zitten er een aantal gemeentes in de Kopgroep, plus de VNG. Dat geldt ook voor de veiligheidsregio's. Er zitten een aantal veiligheidsregio's in de Kopgroep en we zorgen voor aansluiting bij de landelijke netwerken. Ook zijn er een aantal grote bedrijven aangesloten, plus VNO-NCW.”
Hub
De Kopgroep komt elke twee maanden fysiek bij elkaar. Daarnaast zijn er verschillende werkgroepen waarin mensen scenario's met elkaar uitwerken, zoals langdurige stroomuitval, weerbare wijken en noodsteunpunten. “Het fundament is elkaar vertrouwen, actiegerichtheid en elkaar weten te vinden", zegt Bastiaan. “We zijn een hub waarin mensen kennis met elkaar delen en waar initiatieven ontstaan die we gezamenlijk oppakken. We doen dit nu landelijk, en we zijn aan het kijken of we ook regionale varianten op kunnen zetten.”
‘Het fundament is elkaar vertrouwen’
De Kopgroep maakt ook studiereizen, bijvoorbeeld naar Finland en Polen. “We merken dat die reizen niet alleen nuttig zijn vanwege de lessen die je daar ophaalt. Het zorgt ook voor goede gesprekken in de Kopgroep zelf en het versterkt het onderlinge vertrouwen. Samen zie je het beste of iets wel of niet in Nederland werkt. De reizen hebben mooie relaties opgeleverd.”
Crisis?
Na de deelsessies is er weer een plenair programma. Filosoof en Denker des Vadersland Daan Rovers neemt het woord. Ze constateert dat we steeds meer uitdagingen een crisis zijn gaan noemen. “Dat heeft enorme voordelen. Het woord crisis zorgt ervoor dat alle neuzen dezelfde kant op gaan staan. Het suggereert een enorme urgentie en een groot probleem. Je geeft hiermee aan dat je daadkracht en doorzettingsmacht nodig hebt.”
Toch ziet zij zelf lang niet alles als een crisis. “De coronapandemie was een crisis. Het kwam van buiten, het overkwam ons en we hadden zoiets nog niet eerder meegemaakt. Dat kun je niet zeggen van de wooncrisis. De problemen op de woningmarkt hebben zich al heel lang geleden aangekondigd. Dat is niet echt een crisis, maar meer een ‘zelf gecreëerd probleem’.”
Ze zegt dat we in Nederland al snel in een crisis vervallen, omdat alles superefficiënt is ingericht. “Elke vierkante centimeter, kilojoule en seconde moet benut worden. Dat geldt voor de treinen, de ziekenhuisbedden en het aantal plekken in een asielzoekerscentrum. Zodra de asielinstroom daalt, sluiten we opvanglocaties. Daardoor hebben we geen buffers meer. Dat betekent dat elke ontregeling al snel een crisis wordt.”
Verschillende werelden
Ze heeft ook gemerkt dat je tijdens een crisis in twee totaal verschillende werelden kunt leven. “Ik was tijdens de coronacrisis volop bezig met het publieke debat. Ik keek elke persconferentie en elke talkshow. Dus ik had het gevoel dat alleen sceptici zich niet lieten vaccineren. Mijn vriendin werkte in een ziekenhuis en had een heel ander beeld. Zo'n 80% van haar patiënten waren niet gevaccineerd. Ze vertelde dat het grootste gedeelte van die mensen niet principieel tegen de vaccins waren. Ze waren vergeten om zich te laten vaccineren, waren er nog niet aan toegekomen of waren een beetje bang voor het vaccin. Het waren dus voor het grootste gedeelte niet de sceptici die ik voor ogen had.
Dus, het is goed om de krant te lezen. Maar het is ook goed om je beeld te corrigeren, door te praten met mensen uit de praktijk. Want in de krant lees je een uitvergroting van het probleem. Bovendien lees je daar uitspraken van mensen die vocaal zijn, en die een duidelijke mening hebben. In werkelijkheid zijn er ook veel mensen die er milder instaan en die je niet hoort.”
NIPV Impact Award
De dag wordt afgesloten met de uitreiking van de NIPV Impact Award Crisisbeheersing. “Dit is een prijs die we jaarlijks gaan uitreiken op dit congres", vertelt de dagvoorzitter. “De award is bedoeld om een initiatief te eren dat uitblinkt en dat samenhangt met het thema van het congres. Dus dit jaar is de jury op zoek gegaan naar een mooi burgerinitiatief of een ander initiatief met een grote maatschappelijke impact.”
Een van de juryleden maakt bekend dat de award dit jaar gaat naar het burgerinitiatief: Praat met je straat. “Hun kracht is de eenvoud", zegt het jurylid. “De initiatiefnemers zijn op een praktische manier samen met hun buren aan de slag gegaan met het thema weerbaarheid. Ze zetten daar simpele middelen voor in, zoals de welgekende WhatsApp- of Signal-groepen.”
Praktische handreikingen
“Wat dit initiatief tot een winnaar maakt, is dat de groep vervolgens een stap verder is gegaan. Ze hebben de Rabobank gevraagd om dit initiatief te steunen, en dat heeft weer geleid tot praktische handreikingen over bijvoorbeeld Praat met je straat, met je wijk of met je buurt. Dit is in een mooi handzaam boekje samengebracht en is een soort standaardwerk in Nederland geworden.”
De initiatiefnemers Maarten Westerduin en Lisette Pronk nemen de prijs met trots in ontvangst. “Wat een eer!", zegt Maarten. “En we zijn hier nog lang niet klaar mee", voegt Lisette toe. "We gaan hiermee door, zodat we ook de komende jaren nog meer landelijke impact kunnen maken.”

