Interview

Ruud Bakker (links) en Ton Heerts

Ruud Bakker (links) en Ton Heerts

Lonneke Gillissen
Tekst:
Lonneke Gillissen
Verwachte leestijd: 4 min

VNG Handreiking weerbaarheid: hoe staan gemeentes er nu voor?

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) publiceerde vorig jaar de Handreiking weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau. Hoe staan gemeentes er nu voor? Samen met Ton Heerts, burgemeester van Apeldoorn, en Ruud Bakker, voorzitter van het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg, maken we de balans op. Welke ontwikkelingen zien zij in het land? En hoe pakken zij dit onderwerp op in hun eigen gemeente?

Ton Heerts, burgemeester van Apeldoorn, was als voorzitter van de Commissie Bestuur en Veiligheid van de VNG nauw betrokken bij de ontwikkeling van de handreiking. “De handreiking is in nauw overleg met de gemeenten tot stand gekomen en verschillende van hen hebben als klankbord geopereerd”, vertelt hij. “Daardoor is hij goed afgestemd op de praktijk.”

De noodzaak van weerbaarheid en zelfredzaamheid is duidelijk. Gelukkig ziet de burgemeester dat gemeentes inmiddels concrete stappen zetten om hun inwoners beter voor te bereiden op crises. “Tien jaar geleden zeiden we: de wereld is af. Maar tegenwoordig bevinden we ons in een nieuwe realiteitsfase. Zelfs een kleine uitval, zoals een wifi-storing, kan mensen al nerveus maken. Het is goed dat gemeenten dat helder voor ogen hebben.”

Meerwaarde
Een belangrijke meerwaarde van de handreiking is dat het de verbondenheid tussen bestuur, ambtenaren en inwoners versterkt, vindt Ton Heerts. “In onze gemeente leidt dit tot een betere afstemming tussen gemeentelijke voorzieningen en initiatieven van burgers. En ook landelijk ontstaan vergelijkbare netwerken. Die zijn van groot belang voor een veerkrachtige samenleving.”

Het sociale weefsel in een wijk, dorp of stad is cruciaal

Daarbij verschuift in Apeldoorn de focus van de traditionele crisisorganisatie – die zich vooral richt op incidenten en bevolkingszorg – naar een breder concept van weerbaarheid en veerkracht. “We proberen steeds meer zaken voor te zijn en een veerkrachtige samenleving op te bouwen. Het sociaal weefsel van een wijk, dorp, stad is daarbij cruciaal,” legt de burgemeester uit.

Samen sterker
De gemeente koppelt traditionele veiligheidstaken hierbij aan het maatschappelijk domein en werkt intensief samen met partners als de BurgerReserve, brandweer, politie, bedrijfsleven en vrijwilligersorganisaties. Ton Heerts: “Ook onderwijsinstellingen dragen bij: leerlingen in het voortgezet onderwijs volgen hier samen met militairen een weerbaarheidstraining, verspreid over veertien dinsdagen. Van deze leerlingen krijgen we terug dat ze zelfverzekerder zijn geworden en veiliger voelen om over straat te gaan.”

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Want crisisvoorbereiding is niet langer alleen een taak van de overheid, stelt Heerts. “Samenwerking met maatschappelijke partners, scholen en bedrijven is essentieel om de lokale samenleving robuuster te maken. Het debat over de bescherming van de bevolking, locaties voor schuilkelders en het kunnen blijven voorzien in voedsel en water, moet gezamenlijk worden gevoerd.”

Een netwerk van lokale hulp verhoogt de veerkracht op buurtniveau

Daarnaast stimuleert de gemeente Apeldoorn initiatieven zoals buurtapp-groepen en AED-community’s, waarmee inwoners elkaar kunnen ondersteunen in noodsituaties. “Dit creëert een netwerk van lokale hulp en verhoogt de veerkracht op buurtniveau. Er zit heel veel kracht in de samenleving die we opnieuw moeten verbinden. Op momenten dat de overheid er misschien een keer niet is, moeten burgers weten wat ze zelf kunnen doen.”

Eenvoudige middelen
De zelfredzaamheid vergroten hoeft niet ingewikkeld te zijn. Dit kan al met eenvoudige middelen, bijvoorbeeld om te voorzien in schoon drinkwater. “Zo heb ik tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst bijvoorbeeld het belang benadrukt van het op orde hebben van het noodpakket,” besluit de burgemeester. “Het is belangrijk dat burgers begrijpen dat ze er zelf voor kunnen zorgen dat ze goed voorbereid zijn op een crisis.”

Ruud Bakker: “Samenredzaamheid is belangrijk: hebben we oog voor de kwetsbare mensen in onze omgeving?”

Ruud Bakker, gemeentesecretaris van Gouda en voorzitter van het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg, is een vurig pleitbezorger van zelfredzaamheid. Maar, stelt hij: daar houdt weerbaarheid en veerkracht niet op. “Samenredzaamheid is minstens zo belangrijk: hebben we ook oog voor de kwetsbare mensen in onze omgeving?”

Kennis delen
Voor het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg is de handreiking vooral een hulpmiddel om van elkaar te leren, vertelt Bakker. Daarbij vormt de stap van individueel naar collectief de kern. “In bijeenkomsten met onder meer de veiligheidsregio’s, de VNG en het ministerie van Justitie wisselen we ervaringen uit en bekijken we wat we van elkaar kunnen leren.” Niet elke regio is al even ver met het invoeren van de 41 punten van de handreiking, maar ze zijn alle 25 regio’s uitgenodigd om aan te sluiten. Want, stelt Bakker: “Kennis delen en het afstemmen van de expertise van de verschillende partijen is cruciaal.”

Gouda
Ook in Gouda wordt hard gewerkt aan het concreet maken van weerbaarheid. “We lopen niet voorop, maar we hebben per 1 januari wel een programmamanager aangesteld om de maatregelen uit de handreiking handen en voeten te geven. Een belangrijk speerpunt voor ons is het creëren van bewustwording, onder andere bij ondernemers en maatschappelijke instellingen.

'We hebben een programmamanager aangesteld'

Ik wil een besef van urgentie creëren, daarom leggen we hen situaties voor zoals: als morgen 72 uur de elektriciteit uitvalt, wat ga je dan doen? Of als er echt sprake is van oorlogsdreiging, wat zijn dan jullie acties?”

Vrijwilligerskracht
Een steeds scherper inzicht is dat de overheid bij langdurige crises haar grenzen in wat er mogelijk is snel heeft bereikt. Het is daarom cruciaal dat inwoners en maatschappelijke organisaties een veel grotere rol gaan spelen, stelt Ruud Bakker. Hij geeft Utrecht als voorbeeld. “Als daar de stroom uitvalt, spreek je al snel over een paar duizend liften die stilvallen. Je zult dan ook veel meer een beroep moeten doen op inwoners, maar ook op organisaties als het Rode Kruis, het Leger des Heils en andere organisaties die beschikken over vrijwilligers. Bij dergelijke organisaties ligt toch ook de opleiding en inzet van vrijwilligers.”

Zowel lokaal als landelijk worden de mogelijkheden nu verkend. “De vrijwilligerskracht in Nederland gedurende crisissen is nog niet goed georganiseerd, maar dat staat nu boven aan de agenda. Daarbij kunnen we een voorbeeld nemen aan een land als Italië, waar alleen al in Toscane de Civiele Protectie zo’n 34.000 vrijwilligers telt. Daar moeten we naartoe.”

Samen optrekken
De samenwerking tussen gemeenten, veiligheidsregio’s, het Rijk en maatschappelijke organisaties krijgt steeds meer vorm. Landelijk zijn middelen beschikbaar gesteld: zo’n 70 miljoen euro voor weerbaarheid en 4 miljoen euro voor het maatschappelijk middenveld. “De middelen zijn er, maar je moet als organisatie een plan en een verhaal hebben,” stelt Ruud Bakker. “Eerst een goed plan, dan volgt het geld. Daarbij is het belangrijk om gezamenlijk op te trekken, het is niet nodig exact te weten wie waarvoor verantwoordelijk is, het is een coproductie.”

Wel is duidelijk dat het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid zich afspeelt op wijkniveau: van het versterken van het sociaal weefsel tot het bepalen van locaties voor noodsteunpunten. “Gemeenten hebben als geen ander voor ogen waar in een wijk de noodsteunpunten het best kunnen komen. Zoiets moet je niet als veiligheidsregio alleen willen bepalen.”

Groter denken, kleiner doen
Bakker merkt dat de bewustwording groeit. “Steeds meer gemeenten werken concreet aan noodsteunpunten en voeren gesprekken in wijken.” Hij wil hen graag een duidelijke boodschap meegeven: “Ga niet zitten wachten. Begin gewoon, al is het klein. Je kunt morgen al het gesprek aangaan in de wijk of met ondernemers. Zo weet je wie de informele leiders zijn, wie wat doet als er iets gebeurt – dat is cruciaal. Zelfredzaamheid vormt het fundament, samenredzaamheid maakt het verschil.”

11 februari 2026