Interview

Wesley Putker (links) en Robert Polman

Wesley Putker (links) en Robert Polman

Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 6 min

Liander en VGGM over de voorbereiding op langdurige stroomuitval: ‘We moeten aan de slag met wat wél kan!’

Niemand weet precies wat er allemaal uitvalt bij een langdurige stroomuitval en hoe de bevolking daarop reageert. Hoe bereid je je voor op een scenario waar nog zoveel onzekerheden inzitten? “Begin klein”, zeggen Wesley Putker van Liander en Robert Polman van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. “Van daaruit kun je het stap voor stap steeds verder uitbouwen.”

Langdurige stroomuitval is een hot topic, en dat merken ze zeker ook bij Liander. “We voeren hier veel gesprekken over met onze crisispartners, we draaien mee in oefeningen en we leveren bijdragen aan bijeenkomsten”, vertelt Wesley Putker, crisismanager bij Liander. “Tijdens al die bijeenkomsten komen we niet alleen informatie brengen. We horen ook veel. Daardoor hebben we de afgelopen jaren al een goed beeld gekregen van wat ons te wachten staat bij dit scenario.”

Liander heeft met alle veiligheidsregio’s in haar werkgebied een goede samenwerking. Een daarvan is Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. “We zijn in januari 2025 bij elkaar gekomen en hebben gekeken wat we konden doen om elkaar beter te leren kennen”, zegt Wesley. “Vervolgens hebben we samen een programma opgesteld. Op basis daarvan hebben we gedurende het jaar een aantal keren meegedraaid in ROT- en CoPI-oefeningen. We hebben een bijdrage geleverd aan de netwerkdag Weerbaarheid en we hebben meegedaan aan een doorleefsessie voor bestuurders. Zo hebben we elkaars organisatie in één jaar echt goed leren kennen.”

In verschillende veiligheidsregio's wordt het scenario stroomuitval al met burgers geoefend

Robert Polman, afdelingsmanager crisisbeheersing van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, vertelt dat hij blij is met de samenwerking met Liander. “Een goede samenwerking in de koude fase zorgt er ook voor dat je elkaar snel en goed weet te vinden als het spannend wordt.”

Jullie hebben het afgelopen jaar dus verschillende oefeningen samen gedaan. Wat zijn de belangrijkste lessons learned?
Robert: “Dat de eerste twee uur van een langdurige stroomuitval cruciaal zijn, omdat je dan nog goed met elkaar en met de burgers kunt communiceren. Na 2 uur wordt de communicatie steeds moeilijker, omdat er steeds meer communicatiemiddelen uitvallen. Op een gegeven moment kunnen we de burgers alleen nog maar bereiken via hun transistorradio.

Bovendien, bij een reguliere stroomstoring weet Liander al vrij snel wat er aan de hand is. Is dat niet meteen inzichtelijk? Dan is er meer aan de hand en dan is de kans op een langdurige stroomstoring aannemelijk. Het is belangrijk om ook die informatie te delen zodat de bevolking het juiste handelingsperspectief heeft.”

Een belangrijke boodschap is: zet je transistorradio op de juiste frequentie aan als de situatie daar om vraagt

Wesley: “Deze korte tijdsduur zorgt meteen voor lastige dilemma’s. We weten die eerste twee uur mogelijk nog niet wat er aan de hand is en hoelang het gaat duren.”

Robert: “Toch is het voor ons belangrijk om al handelingsperspectief te geven aan de burgers. Een belangrijke boodschap die we nu al voor hen hebben is: zet je transistorradio op de juiste frequentie aan als de situatie daar om vraagt.’

We vinden het als veiligheidsregio ook belangrijk om burgers te laten weten waar ze terecht kunnen voor hulp. Daarom zijn we als veiligheidsregio’s bezig met het opbouwen van een netwerk aan noodsteun- en coördinatiepunten. Daar worden de eerste pilots mee gedraaid. Als die locaties bij een grootschalige stroomuitval al bekend zijn, dan weten de burgers waar ze terecht kunnen voor hulp.”

Wesley: “Wij merken dat het in die eerste twee uur belangrijk is om aan scenariodenken te doen en om daar keuzes in te maken. We zien in oefeningen vaak dat mensen in het begin nog wat te afwachtend zijn. Je kunt er bijvoorbeeld alvast vanuit gaan dat de stroomuitval nog 8 uur aanhoudt, ook al weet je niet of dat scenario werkelijkheid wordt. Je kunt dan al maatregelen treffen die bij dat scenario passen. Zo blijf je de crisis een stap voor.”

Wat zijn de maatschappelijke effecten waar we bij een langdurige stroomuitval rekening mee moeten houden?
Robert: “Het eerlijke antwoord is dat we dat niet precies weten. We roepen iedereen, onze crisispartners en de burgers, op om zich voor te bereiden op een langdurige stroomuitval, zodat alle vitale voorzieningen zo goed mogelijk doorgaan. Maar we zien in de praktijk ook dat veel organisaties en burgers daar nog niet volledig op voorbereid zijn.

Een voorbeeld daarvan is de langdurige stroomuitval bij een rioolzuiveringsinstallatie in het Brabantse Haps eind november. Door die stroomuitval kon het afvalwater niet meer gezuiverd worden en moest het tijdelijk ongezuiverd in de Maas geloosd worden. Het waterschap had daar blijkbaar geen noodaggregaat klaar staan. Dat is geen uitzondering. We houden er rekening mee dat meer vitale organisaties nog niet volledig voorbereid zijn op een langdurige stroomuitval en dat een deel van de vitale voorzieningen (gedeeltelijk) uitvalt.”

Wat zijn de domino-effecten waar jullie als veiligheids- en gezondheidsregio rekening mee houden?
“De eerste 2 uur houden we rekening met de uitval van radio, televisie en internet, spoorbomen die automatisch sluiten, de verstoring van waterkeringen, bruggen en sluizen, de uitval van de centrale verwarming, de verstoring van openbare verlichting en liften, de verminderde druk op drinkwater in hoogbouw en problemen met de openbare orde, zoals een run op winkels en verkeersopstoppingen.

Na 2 uur houden we rekening met de uitval van C2000, de verstoring van het openbaar vervoer, de toenemende vraag naar noodaggregaten en brandstof, de verstoring van de medische zorg, de verstoring van het betalingsverkeer en bijvoorbeeld de verstoring van de continuïteit van bedrijven en organisaties.”

Hoe bereiden jullie je als veiligheidsregio voor op dit scenario?
“We verwachten dat we bij een langdurige stroomuitval volledig overvraagd worden. We verwachten een stormvloed van hulpvragen, bijvoorbeeld van mensen die vastzitten in een lift of mensen die een gebouw niet meer uitkunnen, omdat hun toegangspasje niet meer werkt.

Onze regio heeft ook ambulancezorg in huis. We bereiden ons voor door klein te beginnen. Want als je het te groot maakt, wordt het al snel te complex en gebeurt er misschien helemaal niks. Daarom hebben we al onze hulpverleners allereerst gevraagd om ervoor te zorgen om thuis alles op orde te hebben. Dus: zorg ervoor dat je een noodpakket in huis hebt met voldoende water en eten voor een paar dagen. En praat erover met je partner, je kinderen en de rest van je familie. Wie haalt bijvoorbeeld de kinderen op als het kinderdagverblijf door de stroomuitval zijn deuren sluit?

Het is belangrijk dat hulpverleners zelf ook een noodplan hebben. Wie haalt bijvoorbeeld hun kinderen op als de school door de stroomuitval sluit?

We hebben met onze hulpverleners afgesproken dat zij bij een langdurige stroomuitval eerst checken of alles thuis veilig is. Daarna komen zij zo snel mogelijk naar een afgesproken locatie toe. Daar kunnen we de (crisis)teams samenstellen zodat iedereen, ook de collega’s met piketfuncties, zo snel mogelijk aan de slag kan. De vele uren training en oefening betalen zich dan uit.”

Hoe is dat bij Liander geregeld? Welke stappen zetten jullie bij een langdurige stroomuitval?
“We hebben natuurlijk als belangrijkste taak om het probleem zo snel mogelijk te fiksen. We zijn een getrainde organisatie die technisch aan de slag gaat om het net weer op te bouwen. Daarnaast hebben we een goede, professionele crisisorganisatie met 150 piketleden die in verschillende rollen een bijdrage kunnen leveren.

Een storing kan veroorzaakt worden door een complex probleem, zoals een brand. De snelheid waarmee we dit op kunnen lossen, is sterk afhankelijk van de mate waarin onze assets defect zijn geraakt.”

Hoe gaan jullie als veiligheids- en gezondheidsregio te werk als de stroomuitval langer duurt?
Robert: “Dan schalen we multidisciplinair op, zoals we dat ook bij andere crises doen. Bij een grensoverschrijdende crisis schalen we op naar GRIP 4. De voorzitters van de veiligheidsregio's krijgen dan ook een rol. Bij een landelijke crisis komt ook de minister in beeld.

Het is goed om je te realiseren dat het opschalen naar GRIP 4 tijd vraagt. Daarom is het belangrijk dat we in die eerste fase als hulpverleners al zo snel mogelijk opschalen, zodat we die eerste uren zo veel mogelijk mensen in nood redden. Ook is het belangrijk dat burgers zich realiseren dat we, zeker in die eerste uren, niet alles kunnen oplossen. De eerste dagen zijn zij echt op zichzelf aangewezen.”

We weten dus nog niet precies wat de maatschappelijke gevolgen vervolgens zullen zijn. Hoe bereid je je voor op een scenario waar nog zoveel onzekerheden inzitten?
“We zorgen er in ieder geval voor dat de brandweerposten, de noodsteunpunten en de coördinatiepunten bemenst zijn. Van daaruit kunnen we ervoor zorgen dat we de burgers van informatie kunnen voorzien en kunnen we meldingen aannemen.

Ook bereiden we ons voor door samen met onze crisispartners te oefenen met dit scenario. Zo leren we elkaar kennen en weten we hoe we elkaar kunnen bereiken bij een stroomuitval. Het is daarbij prettig dat we samen met de veiligheidsregio’s IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Zuid en Twente één meldkamer hebben. Dat vergemakkelijkt de kennisuitwisseling. Daarnaast hebben we een goed contact met onze collega’s in Duitsland waar we regelmatig afspraken mee maken. Door de goede contacten met de regio’s om ons heen, kunnen we elkaar bij een grote crisis helpen als dat nodig is.

Daarnaast hebben we ook goede contacten met onze andere crisispartners, zoals Defensie, de gemeenten, Liander en de waterschappen. Zo weten we elkaar snel te vinden, ook als het spannend wordt.”

Wat zou jullie belangrijkste advies zijn aan andere organisaties die zich voorbereiden op langdurige stroomuitval?
Robert: “Ga niet meteen allerlei grote plannen schrijven, maar begin klein. Dus: wat kan ík doen om weerbaar te worden en mijn mensen weerbaar te maken?”

Wesley: “Daar sluit ik me helemaal bij aan. Maak het bespreekbaar en ga na waar je tegenaan loopt bij een langdurige stroomuitval. Kun je dan nog wel het gebouw in? En kun je elkaar bereiken? Het voordeel van het nemen van kleine stappen is dat daar ook kleine investeringen bij horen. Al die kleine stappen bij elkaar zorgen ervoor dat je belangrijke stappen voorwaarts zet.”

Robert: “En het is goed om je te realiseren dat anderen ook niet weten wat ons allemaal te wachten staat bij een langdurige stroomuitval. Toch kunnen we ons stap voor stap wel voorbereiden. Ik ben blij dat de burgers daar nu ook in meegenomen worden. Zij worden erop geattendeerd dat zij de eerste 72 uur echt op zichzelf aangewezen zijn. Ik zie dat daar mooie wijkinitiatieven uit ontstaan. Mensen maken afspraken over samenredzaamheid bij een langdurige stroomuitval. Dat zijn goede stappen vooruit.”

Wat is jullie wens of hoop voor het komende jaar?
Robert: “Dat de overheid meer in actie komt. We zien nu dat het Rijk eigenlijk te weinig financiële middelen beschikbaar stelt, bijvoorbeeld voor de inrichting van noodsteun- en coördinatiepunten. Daardoor is het voor bestuurders en daarmee de gemeenten ingewikkeld om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Een veelgehoorde uitspraak is: ‘Geen knaken, geen taken’. Maar eigenlijk kunnen we daar niet op wachten, we moeten aan de slag met wat wél kan. Het is nu belangrijk om te kijken wat we wél kunnen doen om voorbereid te zijn.”

Wesley: “En het mooie van het scenario langdurige stroomuitval is dat het veel raakvlakken heeft met andere scenario’s. Bij andere crises, zoals een overstroming, krijg je met dezelfde thema’s te maken. Dus als je je goed voorbereid op een langdurige stroomuitval, kun je ook andere crises beter aan.”

19 januari 2026