Interview
Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 5 min

OvD-Spoor: ‘We werden overvallen door hevige sneeuwval’

Nederland werd op maandag 5 januari 2026 plotseling overvallen door hevige sneeuwval. Een groot aantal treinen viel uit en er waren veel vertragingen. Hoe gaat ProRail te werk tijdens zo’n crisis? Een interview met OvD-Spoor Marcel Snijders en woordvoerder Lotte Kaatee.

“Natuurlijk zagen we het winterse weer wel aankomen”, zegt Marcel. “We hebben een goede samenwerking met het weerbureau Infoplaza. Zij houden ons continu op de hoogte van de weersverwachtingen. Het spoor is gevoelig voor bepaalde weertypes, zoals hevige sneeuwval, hoge temperaturen of veel wind. Zij waarschuwen ons als deze weertypes bepaalde criteria overschrijden.

ProRail werd maandag 5 januari verrast door de sneeuw

Zij hebben ons in de eerste dagen van januari ook gewaarschuwd. Maar de verwachting was dat de sneeuwstorm ons pas op dinsdag of woensdag zou bereiken. Zelfs op zondagavond was er nog geen aanleiding om maandag in te grijpen in de dienstregeling. Dus dat hebben we niet gedaan. We waren dan ook verrast toen we op maandagochtend geconfronteerd werden met een sneeuwstorm.”

Hoe handelen jullie dan?
“We roeien dan met de riemen die we hebben. We werken bij ProRail continu 24/7 met een Officier van Dienst Spoor (OvD-Spoor). Hij is eindverantwoordelijk voor de lopende operatie. Tijdens een crisis heeft hij alle bevoegdheden om te doen wat nodig is, zoals ingrijpen in de dienstregeling.

'ProRail werkt 24/7 met een OvD-O'

Deze storm kwam onverwachts vroeg. Maar we zijn natuurlijk wel op onverwachtse situaties voorbereid. Er kan namelijk altijd iets gebeuren waardoor het treinverkeer ernstig verstoord wordt. We kunnen bijvoorbeeld ook geconfronteerd worden met de plotselinge uitval van het station Utrecht Centraal. Dan moet de dienstdoende OvD-Spoor ook meteen handelen. We hebben draaiboeken voor dat soort scenario’s en we gaan dan geprotocolleerd te werk.”

Hoe hadden jullie gehandeld als jullie de storm wel hadden zien aankomen?
“We krijgen vaak dagen van tevoren een waarschuwing van Infoplaza. Bij de kans op extreem weer of code rood krijgt deze dreiging een weercode. Er zijn drie weercodes. Bij weercode 1gaat het om een weerswaarschuwing binnen 8 dagen. Code 2 en 3 betreffen een weerswaarschuwing binnen 48 uur.”

Wanneer wordt het echt spannend?
“Vanaf 3 dagen voor de daadwerkelijke overschrijding van de criteria. Dan treden er allerlei protocollen in werking. Twee dagen voor de overschrijding besluiten we of we een geprotocolleerd besluitvormingsproces gaan afroepen. We hebben daar criteria voor, maar het is uiteindelijk ook een afweging van de dienstdoende OvD-Spoor op basis van meer informatie.

ProRail neemt tal van maatregelen als er winters weer op komst is

De dag voor de overschrijding komen we als crisisteam ’s morgens om 07.30 uur samen. We formuleren dan wat we morgen willen doen: niet ingrijpen in de dienstregeling, rijden volgens een aangepaste dienstregeling of het treinverkeer stilleggen. Daarna komen we samen met de directie bij elkaar. Zij nemen uiteindelijk een beslissing over dit voorgenomen besluit. Over het algemeen vertrouwen zij op onze expertise. Zij nemen het voorgenomen besluit vrijwel altijd over.

De optie ‘niet ingrijpen in de dienstregeling’ betekent overigens niet dat we niets doen. We nemen dan tal van andere maatregelen zodat we het extreme weer aankunnen.”

Hoe ziet de rest van die dag eruit?
“We gebruiken de rest van de dag om ons voor te bereiden op het voorgenomen besluit. Om 15.00 uur komen we opnieuw samen met de directie. Zij besluiten of we het voorgenomen besluit doorzetten. Na dit besluit wordt alles in gang gezet. Het vraagt om een goede afstemming om dit soepel te laten verlopen. We zorgen er bijvoorbeeld voor dat de persberichten als eerste de deur uit gaan, direct daarna passen we de dienstregeling aan in de app en op de website, enzovoorts.”

Bij de kans op code rood gebeurt er meer. Op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat komt het WeerImpactTeam (WIT) samen. Zij adviseren het KNMI om wel of niet over te gaan op code rood. Zitten jullie daar ook aan tafel?
“Wij zitten daar zelf niet aan tafel, maar worden vertegenwoordigd door Infoplaza en een collega van ons eigen weerbureau.

We zorgen er bovendien voor dat we tijdig op de hoogte zijn van de besluiten die daar genomen worden. Bij een landelijke weercode rood moeten we serieus overwegen om de treindienst landelijk niet op te starten op de dag waarvoor code rood is vastgesteld.

Bij code rood is het advies: ‘ga niet de weg op’. Maar als de treinen rijden, moeten reizigers en medewerkers de weg op om de stations en werklocaties te bereiken. Ook kan het voorkomen dat een trein ergens strandt. De hulpdiensten moeten dan naar de trein toe om mensen te helpen. Dus bij code rood willen we mensen niet in gevaarlijke situaties brengen.

Deze winter hebben we code rood gehad in de drie noordelijke provincies. Daarom hebben we het treinverkeer toen stilgelegd vanaf Zwolle.”

Dan breekt de dag aan dat de criteria overschreden worden. Deze winter hebben de treinen toen volgens een aangepaste dienstregeling gereden. Hoe ziet zo’n dag eruit?
“We hanteren dan een werkwijze die vergelijkbaar is met een reguliere situatie. Verspreid over het land vinden er grote en kleine incidenten plaats. Daar sturen we de hele dag op bij. Alleen als het systeem het op een gegeven moment niet meer aankan, grijpt de OvD-Spoor forser in.

De werkwijze van ProRail tijdens winters weer is vergelijkbaar met de reguliere werkwijze

Soms hebben we te maken met een meerdaagse verwachting van extreem weer. Dan komt er nog een tweede team samen dat vooruitkijkt naar de situatie van morgen.”

Kun je zo’n dag vergelijken met een reguliere werkdag?
“Niet helemaal. We hebben in Nederland vrijwel nooit te maken met hevige sneeuwval. De laatste keer dat ons dat is overkomen, is 5 jaar geleden. Dus niet iedereen heeft de routine om volgens deze protocollen te werken. Dat betekent dat we tijdens zo’n dag regelmatig moeten bijsturen om ervoor te zorgen dat alles volgens de gemaakte afspraken verloopt. Rolvastheid is belangrijk voor een soepel verloop, dus we houden ons zo veel mogelijk aan de protocollen. De evaluatie doen we pas achteraf.”

Het viel me deze winter op dat jullie de communicatie goed op orde hadden. Ik zag bijvoorbeeld verschillende bestuurders in talkshows uitleg geven over de situatie op het spoor. Was dat een bewuste keuze?
Lotte: “Ja. Tijdens winters weer maakt de media vaak de vergelijking met landen, zoals Scandinavië of Zwitserland. Er wordt vaak gezegd dat het treinverkeer daar wel gewoon doorgaat als het hevig sneeuwt.

Bestuurders gaven in talkshows en in het nieuws uitleg over de situatie

Wij wilden graag in de media uitleggen dat die landen veel grote investeringen in het spoor hebben gedaan, zodat zij die omstandigheden aankunnen. Bij ons komt dat extreme winterse weer veel minder voor. De laatste keer was vijf jaar geleden. Daarom is het voor ons land minder verstandig om dit soort grote investeringen te doen.”

Ik kan me voorstellen dat er op zo’n dag veel op jullie afkomt. Hoe ervaren jullie dat op de afdeling communicatie?
“Ik merk dat we er op de eerste dag altijd nog even in moeten komen. Er is dan nog vaak wat ruis in de media die we willen wegnemen. Het is voor ons belangrijk om ons eerlijke verhaal daar tegenover te zetten.

Woordvoerder Lotte Kaattee: ‘Op een gegeven moment merk je dat het lukt om de boodschap goed over te brengen.’

Op een gegeven moment merk je dat het lukt om de slechte boodschap toch goed uit te leggen en over te brengen. Dat is belangrijk voor onze organisatie en voor onze stakeholders omdat mensen dan meer begrip krijgen voor de situatie. Het geeft een gevoel van trots en werkplezier als je merkt dat dat lukt.”

Hoe is het samenspel tussen communicatie en de rest van de crisisorganisatie?
Marcel: “Goed. Wij beseffen ons dat communicatie een belangrijk onderdeel is van onze crisisaanpak. Onze besluiten moeten uitlegbaar zijn. Dat betekent niet dat de adviezen van communicatie doorslaggevend zijn. Maar we nemen hun adviezen wel mee in onze besluitvorming.”

Het extreme winterweer heeft een week aangehouden. Is het een zware belasting voor jullie organisatie om zo lang in een crisismodes te staan?
“Dat kunnen wij prima aan. Maandag was het even schrikken, omdat we de sneeuw nog niet hadden verwacht. Ook moet je er altijd even inkomen. Maar als het eenmaal loopt, dan is dit prima een week vol te houden.”

Op een gegeven moment moet je weer terug naar normaal. Hoe gaat dat in zijn werk?
“We hebben altijd ongeveer 2 dagen nodig om terug te gaan naar normaal. Dat komt bijvoorbeeld omdat we tijdens een aangepaste dienstregeling zo’n 3.000 wissels vastzetten. We moeten die terugzetten en testen, voordat we ze weer op een normale manier gaan gebruiken. Ook onze stakeholders hebben wat tijd nodig. De NS moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat alle treinen weer op de juiste plekken staan.

Deze winter wisten we dat we op vrijdag de laatste sneeuwhoos zouden krijgen. Daarom hebben we besloten om zaterdag en zondag te gebruiken om terug te gaan naar normaal. Maandag reden de treinen weer grotendeels volgens de normale dienstregeling.”

Na een crisis zijn er vaak lessons learned. Geldt dat voor jullie ook?
“Zeker. Je leert altijd iets van een crisis. De laatste keer dat we geconfronteerd werden met een grote sneeuwstorm was 5 jaar geleden. We hebben toen een aantal maatregelen bedacht die nu soms averechts lijken te werken. Dus we gaan kijken hoe we onze werkwijze nog verder kunnen aanscherpen.”

Wat zijn voor jullie de grote, belangrijke ontwikkelingen voor de toekomst?
“Onze organisatie ontwikkelt zich continu en we zijn nu bezig met het vernieuwen van de crisisstructuur. Dat betekent onder andere dat de OvD-Spoor meer bevoegdheden krijgt, en de crisisbesluitvorming niet meer hoeft voor te leggen aan de directie.

Een andere ontwikkeling is dat we steeds vaker met extreem weer te maken krijgen. De kenmerken van deze weertypes zijn verschillend, maar de impact is met elkaar te vergelijken. Ook tijdens andere stormen moeten we onze dienstregeling aanpassen, en hebben we onze handen vol om het spoor zo begaanbaar mogelijk te houden. Dus de verwachting is dat we dit soort crises vaker gaan meemaken.”

25 maart 2026