Dit soort hulp is nu veelal gebaseerd op lokale of regionale afspraken, of op toeval. “Iemand op de meldkamer heeft bijvoorbeeld een buurman die bij de Reddingsbrigade werkt, en denkt: misschien moeten we die eens vragen,” zegt Guust. Bij een bovenregionale ramp zijn dit soort afspraken niet voldoende. “We gaan ervan uit dat de scenario’s die op ons afkomen groter zijn,” aldus Peter Paul Tenthof van Noorden, manager Noodhulp Nationaal bij het Rode Kruis. “Dan red je het niet meer met dat ene team dat je ernaast zet. Je zult samen veel meer mensen op de been moeten brengen. Dat kunnen wij niet alleen organiseren, en ook niet per veiligheidsregio. Die extra capaciteit moeten we samen landelijk regelen.”
Met steun van het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoeken deze vier organisaties hoe dat landelijke netwerk eruit moet zien. Luc Dietz, voormalig hoofd van het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC – nu KCR2), begeleidt deze verkenning.
Hoe is het idee voor het netwerk civiele ondersteuning ontstaan?
Luc: “Toen ik voor het LOCC werkte, hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid en de veiligheidsregio’s samen de landelijke agenda voor crisisbeheersing opgesteld. Een van de pijlers is de weerbare samenleving met daarbinnen het activeren van burgerhulpverlening. We raakten daarover in gesprek. Gaan we daar weer iets nieuws voor bedenken? Of gaan we versterken wat er al is?
Ik kwam eerst in contact met het Rode Kruis en de Reddingsbrigade, omdat zij bij rampen en crises al een wettelijke taak hebben. Al snel kreeg ik de tip om ook met het Leger des Heils te gaan praten, want zij hebben veel vrijwilligers, ervaring met crises en internationale kennis daarover. Bovendien hoorde ik veel goede verhalen over het Veteranen Search Team. Zij werken nationaal in opdracht van de politie. Daarom heb ik voorgesteld om deze organisaties toe te voegen.