Interview

V.l.n.r. Helmoed Wierda (VST), Peter Paul Tenthof van Noorden (Rode Kruis) Guust Jutte (Reddingsbrigade), Linda van Berkel (Leger des Heils) en Luc Dietz

V.l.n.r. Helmoed Wierda (VST), Peter Paul Tenthof van Noorden (Rode Kruis) Guust Jutte (Reddingsbrigade), Linda van Berkel (Leger des Heils) en Luc Dietz

Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 13 min

Netwerk civiele ondersteuning: ‘Je bent gek als je dit laat liggen’

Vrijwilligersorganisaties willen graag helpen bij crises, maar als een ramp écht groot wordt missen zij de aansluiting op bovenregionaal en landelijk niveau. Daarom bouwen het Rode Kruis, het Leger des Heils, de Reddingsbrigade en het Veteranen Search Team samen aan het netwerk civiele ondersteuning. Veiligheidsregio’s kunnen straks één nummer bellen en krijgen de hulp die zij nodig hebben. De verkenning is bijna afgerond, volgend jaar volgt de implementatie. Maar de eerste winst is er al: “Als er vandaag iets gebeurt, weten we elkaar al beter te vinden dan gisteren.”

Op lokaal en regionaal niveau leveren vrijwilligersorganisaties al een belangrijke bijdrage aan de crisisbeheersing. Het Veteranen Search Team (VST) zoekt bijvoorbeeld meerdere keren per week naar vermiste personen. Het Leger des Heils wacht bij een ramp niet op een telefoontje. Hun vrijwilligers trekken met pannen soep, kannen koffie en een stapel dekens het getroffen gebied in om te kijken wie er hulp nodig heeft.

En de Reddingsbrigade helpt regelmatig, ook bij niet-watergerelateerde crises. De ijzel van vorige winter is daar een voorbeeld van. De ambulancediensten waren overbelast en de wachttijden liepen op. “De lokale brigade werd gevraagd: ‘Jongens, kunnen jullie naar die mevrouw gaan?’ Ze lag al bijna drie kwartier op straat. ‘Dan kunnen jullie haar in elk geval al geruststellen’,” vertelt Guust Jutte, directeur van Reddingsbrigade Nederland. “Zo zie je dat de kwaliteiten van onze vrijwilligers eigenlijk al gevraagd worden.”

Tijdens de ijzel van vorige winter raakten de hulpdiensten overbelast. De Reddingsbrigade heeft toen bijgesprongen

Dit soort hulp is nu veelal gebaseerd op lokale of regionale afspraken, of op toeval. “Iemand op de meldkamer heeft bijvoorbeeld een buurman die bij de Reddingsbrigade werkt, en denkt: misschien moeten we die eens vragen,” zegt Guust. Bij een bovenregionale ramp zijn dit soort afspraken niet voldoende. “We gaan ervan uit dat de scenario’s die op ons afkomen groter zijn,” aldus Peter Paul Tenthof van Noorden, manager Noodhulp Nationaal bij het Rode Kruis. “Dan red je het niet meer met dat ene team dat je ernaast zet. Je zult samen veel meer mensen op de been moeten brengen. Dat kunnen wij niet alleen organiseren, en ook niet per veiligheidsregio. Die extra capaciteit moeten we samen landelijk regelen.”

Met steun van het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoeken deze vier organisaties hoe dat landelijke netwerk eruit moet zien. Luc Dietz, voormalig hoofd van het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC – nu KCR2), begeleidt deze verkenning.

Hoe is het idee voor het netwerk civiele ondersteuning ontstaan?
Luc: “Toen ik voor het LOCC werkte, hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid en de veiligheidsregio’s samen de landelijke agenda voor crisisbeheersing opgesteld. Een van de pijlers is de weerbare samenleving met daarbinnen het activeren van burgerhulpverlening. We raakten daarover in gesprek. Gaan we daar weer iets nieuws voor bedenken? Of gaan we versterken wat er al is?

Ik kwam eerst in contact met het Rode Kruis en de Reddingsbrigade, omdat zij bij rampen en crises al een wettelijke taak hebben. Al snel kreeg ik de tip om ook met het Leger des Heils te gaan praten, want zij hebben veel vrijwilligers, ervaring met crises en internationale kennis daarover. Bovendien hoorde ik veel goede verhalen over het Veteranen Search Team. Zij werken nationaal in opdracht van de politie. Daarom heb ik voorgesteld om deze organisaties toe te voegen.

Toen ik bij het LOCC stopte, hebben het ministerie en deze vier organisaties gezegd: laten we verkennen hoe deze samenwerking kan leiden tot professionele, specialistische bijstand.”

Er zijn natuurlijk meer vrijwilligersorganisaties die een bijdrage kunnen leveren. Passen zij ook binnen dit netwerk?
“Ja, je kunt daar nog andere organisaties aan toevoegen, bijvoorbeeld voor het redden van dieren. Zo bouw je aan een netwerk van organisaties die specialistische taken kunnen uitvoeren voor de overheid. De overheid hoeft deze vrijwilligersorganisaties dan niet meer apart te bellen. Met één druk op de knop activeer je een hele keten.

We werken nog aan de criteria voor toetreding van andere organisaties. Een van de criteria is in ieder geval opgeleide vrijwilligers die deze kennis ook onderhouden.”

Bij welke scenario’s is dit netwerk het hardst nodig?
“Het gaat om de bovenregionale en landelijke inzet, en om grote scenario’s waarin je in één keer moet opschalen. We hebben alle mensen en middelen geïnventariseerd en de behoefte in kaart gebracht. Bij overstromingen, natuurbranden, stroomstoringen en een pandemie kunnen deze organisaties goed bijstand verlenen. We kunnen dan multidisciplinaire, specialistische capaciteit leveren.”

Hoe ziet die bijstand er concreet uit?
“We willen met modules gaan werken. De overheidshulpdiensten weten wat ze per module krijgen, en aan de achterkant regelen de betrokken organisaties de rest. We willen dat deze modules volledig gefinancierd en gecertificeerd worden, zodat we een vast kwaliteitsniveau kunnen leveren.

‘We willen met modules gaan werken’

We beginnen met zes operationele modules. Redding, evacuatie en opvang bij overstromingen is daar een voorbeeld van. Bij een overstroming hoef je dan niet meer elke organisatie los in te zetten. Je zegt: ik wil 5.000 mensen binnen 24 uur evacueren. Bij een natuurbrand kan dat ook, bijvoorbeeld voor de ontruiming van een camping.”

Hoe vullen de organisaties elkaar binnen zo’n module aan?
“Stel, er is een overstroming en er moeten mensen gezocht worden in dat gebied”, zegt Helmoed Wierda, bestuurslid van het Veteranen Search Team. “Wij zijn goed in zoeken, maar we hebben geen boten. Dus dat kunnen we samen met de Reddingsbrigade oppakken. De ontredderde mensen in die boten, gewond of niet, komen ergens aan land en moeten opgevangen worden. Daar zijn het Rode Kruis en het Leger des Heils heel goed in. Zo bouwen we samen iets wat de professionele hulpdiensten niet kunnen leveren.”

Hoe vraagt een veiligheidsregio straks om hulp?
Luc: “We werken daar nu een activatieconcept voor uit. Eigenlijk is het heel simpel. Er komt straks één telefoonnummer met een team erachter. Dat team vertelt wat de vrijwilligers kunnen, welke specialistische bijstand er geleverd kan worden, en organiseert het helemaal.

‘We werken een activatieconcept uit’

We zijn intensief in gesprek met de veiligheidsregio’s en KCR2 om dit stap voor stap te verbinden en te borgen. Hetzelfde doen we met het ministerie, dat de stelselverantwoordelijkheid heeft. We voegen echt iets substantieels toe aan het stelsel. Dat moet goed verbonden en gefinancierd zijn.”

De vier organisaties werken al op een goede manier met de overheid samen. Wat voegt dit netwerk toe?
“Het Rode Kruis is op een aantal plaatsen inderdaad al heel direct aangehaakt op de reguliere crisisprocessen, bijvoorbeeld met Noodhulp Teams voor ondersteuning van ambulances en met teams Noodopvang & Ondersteuning voor de bevolkingszorgtaak van de gemeente. Maar dat is opgebouwd voor een incidentscenario”, vertelt Peter Paul Tenthof van Noorden.

“Bij een ramp heb je meer nodig. Alle partijen hier aan tafel, en misschien nog andere, kunnen stukjes van die capaciteit leveren. Maar je moet vooraf wel goed nadenken hoe je dat gestructureerd doet.”

Het Leger des Heils is met haar buurthuiskamers al op 140 plekken in Nederland aanwezig

“Het Leger des Heils is van oorsprong een noodhulporganisatie. Internationaal zie je dat nog sterk terug, maar in Nederland zijn we uitgegroeid tot een specialistische zorgorganisatie”, zegt Linda van Berkel, directeur Noodhulp & Crisisorganisatie bij het Leger des Heils. “Via convenanten met verschillende veiligheidsregio’s worden we vaak gevraagd voor de psychosociale hulpverlening. Bij een grote crisis kunnen wij dat ook bieden. Daarnaast richten we ons op mensen in kwetsbare posities en zijn we met onze buurthuiskamers al op 140 plekken aanwezig in Nederland. We voelen ons hun pleitbezorgers, zodat ook de groep kwetsbaren goed geborgd is in het civiele netwerk dat we opbouwen.”

Het Leger des Heils heeft bovendien een andere aanpak dan de rest.
Luc: “Dat klopt, bij grote rampen en crises zie je dat het Leger des Heils zelf naar het gebied gaat en hulp biedt. Het Rode Kruis en de Reddingsbrigade wachten op een hulpvraag en hangen in een structuur. Het is interessant om die autonome activatie en de internationale kennis beter te benutten.”

Het Leger des Heils wacht niet op een telefoontje. Bij een ramp trekken zij zelf het gebied in om hulp te bieden

Linda: “Dat beeld is niet voor iedereen even duidelijk. Maar zo zie je dat we elkaar aanvullen. Samen dekken we alle vraagstukken die op ons afkomen.”

Wat betekent het netwerk voor de Reddingsbrigade?
Guust: “De Reddingsbrigade heeft een duidelijke taak bij overstromingen. En we werken aan waterveiligheid in de bredere zin, bijvoorbeeld bij evenementen. Maar de hulpdiensten vragen ons in incidentele gevallen ook voor andere vraagstukken.

Denk aan de coronatijd. Er mochten toen geen schaatstochten georganiseerd worden, maar mensen gingen toch het ijs op. Wij werden gevraagd om daar preventief aanwezig te zijn. Dat ligt nog dicht bij ons werk. Bij de valwinden in Leersum moesten mensen geëvacueerd en geïnformeerd worden. Onze hulpverleners kunnen in een commandostructuur werken en hebben herkenbare voertuigen. Daardoor konden zij worden ingezet als verlengstuk van overheidshulpdiensten.

Nu is het vaak toeval als de hulpdiensten weten waar ze ons allemaal nog meer voor kunnen benaderen. Het netwerk civiele ondersteuning voegt daar een institutionele laag aan toe. Zo kun je in een eerder stadium kennis en kunde inbrengen en een oplossing bieden die breder is dan onze huidige kerntaak. We hopen ook dat de erkenning van die rol ons helpt in wat we in de samenleving doen: jonge mensen opleiden en trainen, en klaarstomen voor een rol die diezelfde samenleving weerbaarder maakt.”

Het Veteranen Search Team is de jongste organisatie aan tafel. Wat zoekt het VST in deze samenwerking?
Helmoed: “Wij hebben net als de andere organisaties kwaliteiten die breed inzetbaar zijn. We kunnen goed zoeken en organiseren, en onze mensen zijn gewend om in complexe omstandigheden te werken.”

Welke extra taken kan het VST op zich nemen naast het zoeken naar mensen?
“We kunnen bijvoorbeeld gebieden afzetten, als aanvulling op de reguliere politie, en helpen een buitencirkel af te schermen. We kunnen helpen met het transport, en ondersteunen als er in samenwerking met deze organisaties voedsel moet worden gebracht. Dat wordt nu allemaal uitgewerkt in de modules: we kijken samen wat we kunnen toevoegen en waar behoefte aan is.”

Het Veteranen Search Team heeft veel coördinatiecapaciteit in haar organisatie

Luc: “Vergeet niet: bij het VST zitten 3.000 mensen die opgeleid zijn om specialistische voertuigen te bedienen, en er zit enorm veel coördinatiecapaciteit in die organisatie. We hebben een tabletop gehouden met het scenario: red Amsterdam-Noord van de ondergang. Op een gegeven moment stonden de mensen van het VST op. Zij zijn heel goed in staat om boven de materie te hangen en snel een analyse te maken. Wat is hier aan de hand? Welke inzetvakken maak ik? Wie kan waar welke hulp bieden? Hoe verbind ik dat met elkaar? Waar gaan de mensen naartoe, wie vangt ze op en wie brengt ze naar het volgende punt? Dat gestructureerde denken is heel waardevol in deze samenwerking.”

Hoe zorg je ervoor dat de vrijwilligers van deze vier organisaties goed samen kunnen werken?
Luc: “We hebben een werkgroep die zich bezighoudt met certificering, opleiding en training. Iedere organisatie leidt in principe haar eigen mensen op. Maar om die organisaties operationeel met elkaar te laten praten, heb je dezelfde taal nodig en hetzelfde coördinatiemechanisme. Dat zijn we nu samen aan het uitwerken.

We zijn met deze werkgroep naar Italië geweest. Daar werkt de civiele bescherming al jaren met grote aantallen vrijwilligers. Zij hebben een kopopleiding van één dag. Iedereen in een coördinerende rol krijgt een blauw hesje met een oranje driehoekje als hij die kopopleiding heeft gevolgd. Dat zou een goede methode kunnen zijn.”

Linda: “Plus: samen oefenen. Je moet zorgen dat deze mensen operationeel blijven, ook als er vijf jaar niets aan de hand is. Het is goed om samen op basis van scenario’s te oefenen.”

Luc: “En we kijken naar de alarmering en verbindingen. Wij moeten blijven werken, ook als alles uitvalt. Het Rode Kruis, de Reddingsbrigade en het VST hebben eigen verbindingsnetwerken. Wat is de eerste, de tweede en de derde fallback-optie? En kunnen die netwerken met elkaar praten? Het VST gebruikt een alarmeringsapp, maar er zijn meer aanbieders. Dat soort zaken moeten we nog op elkaar afstemmen.”

Heeft de werkgroep in Italië meer gezien waar we in Nederland van kunnen leren?
Helmoed: “Ja, en dat zit hem vooral in de manier waarop ze georganiseerd zijn. Daar valt je mond echt van open. Zo’n 20 jaar geleden zijn zij begonnen om grote crises het hoofd te bieden. Inmiddels is er wetgeving en een enorm landelijk en regionaal coördinatiemechanisme voor de burgerhulpverlening. Het is superprofessioneel, en het gaat over honderdduizenden vrijwilligers. In Nederland hebben we precies dezelfde kracht, mogelijkheden en middelen. Alleen die overkoepeling ontbreekt. Daar kunnen we van leren.”

Wanneer is het netwerk civiele ondersteuning in Nederland gereed en inzetbaar?
Luc: “Het eerlijke antwoord is: in Italië heeft het ook jaren gekost om dit systeem te vervolmaken. Dus als je realistisch bent, heb je volgend jaar nog helemaal nodig om de modules in te regelen. Dat wordt een implementatiejaar, met veel oefeningen en tabletops, om te toetsen of alles werkt. En we kijken of we met één of twee modules kunnen starten. We kunnen die vullen met menskracht en materialen. Uiteindelijk moet iedereen precies weten welke rol hij heeft, welke mensen hij inzet en welk materieel daarbij hoort. Zo richten we de modules in. Dit alles vraagt uiteraard ook iets van de overheidshulpdiensten en met name van de veiligheidsregio’s en KCR2. Het gaat dan om vertrouwen hebben in het kunnen van deze organisaties en de wil om samen die verbinding goed in te regelen.”

De Nationale Reddingsvloot heeft een belangrijke rol gespeeld bij het redden van mensen bij het hoogwater in Limburg in 2021

Helmoed: “We hebben als voordeel dat we allemaal weten hoe de Nederlandse crisisorganisatie in elkaar zit. We snappen die structuur en zijn in staat om in het verlengde daarvan te werken. We hebben alleen wel een tijdje nodig om het allemaal in te slijpen.”

Wat zijn de volgende stappen?
Luc: “De verkenning eindigt op 31 december. We hebben dan een operationeel concept met modules, de financiën, de samenwerking en een implementatieplan voor 2027 uitgewerkt.”

Er moet dus nog geld vrijgemaakt worden om dit te realiseren.
Luc: “Dat klopt, maar geld is slechts een middel. Als je kijkt wat wij nodig hebben, dan is dat niets in vergelijking met de bedragen die in het veiligheidsdomein omgaan. Maar ik vind het wel een principieel punt. Wij bieden als vrijwilligers specialistische, professionele bijstand aan. Daarmee voer je overheidstaken uit. Omdat dit bovenregionaal en landelijk is, kijken we voor de financiering primair naar het ministerie, dat dit op zijn beurt met de veiligheidsregio’s kan oppakken. Met de veiligheidsregio’s willen we vooral praten over de borging: hoe vinden ze ons, voor welke taken, en hoe zijn we verbonden als het erop aankomt?”

Ligt het straks stil omdat jullie moeten wachten tot de financiering rond is?
Luc: “Nee, want we hebben er vertrouwen in dat de bv Nederland hierop zit te wachten en dat het geld uiteindelijk ook wel geregeld wordt. Het netwerk civiele ondersteuning bestaat uit organisaties met een trekkersrol. Als ik kijk waar we nu staan, maak ik me geen zorgen over de bijdrage die zij samen kunnen leveren. Je zou gek zijn als je dit laat liggen.”

26 oktober 2026