Kracht in Nabuurschap: 'Als alles platligt, helpen buren elkaar'
Als Nederland wordt getroffen door een écht grote ramp, dan heeft het geen zin om te wachten op de hulpdiensten. Zij kunnen niet iedereen tegelijk helpen, dus de meeste burgers zijn op elkaar aangewezen. Veteraan en verpleegkundige Pieter Leen Bos ontwikkelde een plan om wijken daarop voor te bereiden. Hij wil dat graag samen met gemeentes opzetten, en liever vandaag dan morgen. "We kunnen niet wachten tot de bom valt, want dan zijn we te laat."
Pieter Leen Bos is militair veteraan, verpleegkundige, docent en vrijwilliger bij de KNRM. Hij heeft ervaring met hulpverlening bij verschillende rampen, zoals het hoogwater in Limburg in 2021 en de ramp in Pakistan na de aardbeving van 2005.
Hij zag bij die rampen het volgende: mensen gaan zitten wachten tot er hulp komt. "Neem de overstromingen in Nepal deze zomer. Je zag toen op televisie een verslaggever die naar het getroffen gebied ging en aan de slachtoffers vroeg of ze lang op de overheid moesten wachten. Dan denk ik: kijk om je heen. Er zijn duizenden mensen weg en alle infrastructuur ligt plat. Een overheid is er helemaal niet op ingesteld om iedereen tegelijk te helpen. Je moet zelf de handen uit de mouwen steken en elkaar helpen. Dus die mindset moet echt anders."
Pieter Leen ontwikkelde het plan Kracht in Nabuurschap. Hierin legt hij de verantwoordelijkheden zo laag mogelijk: in de wijken zelf. Een rastercoördinator houdt het overzicht en brengt mensen met elkaar in contact. Zoekt een gezin van zes onderdak, dan weet een rastercoördinator in zijn eigen buurt waar dat kan: bijvoorbeeld in twee huizen naast elkaar die elk nog 3 bedden vrij hebben. "Zo kun je dat gezin zo dicht mogelijk bij elkaar houden", zegt hij.
Het plan is nog een concept, maar trekt al belangstelling. Hij presenteerde het bij de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, sprak erover met 2 veiligheidsregio's en de gemeente Urk wil er een proef mee starten.
Hoe is het idee voor dit plan ontstaan?
"De burgemeester van ons dorp vroeg of ik eens wilde nadenken over de inzet van veteranen bij crisissituaties en grootschalige incidenten. Toen de Oekraïense vluchtelingen kwamen, werd ik als verpleegkundige gevraagd of we iets voor hen konden betekenen.
Dat heb ik opgepakt samen met een aantal jongens van de KNRM, andere verpleegkundigen uit het dorp en twee artsen die met pensioen waren of daar tegenaan zaten. We hebben dat een jaar gedaan. Daar kwam de vraag van de burgemeester uit voort."
Hoe kwam dat plan daarna in beweging?
"Ik ben in gesprek gegaan met een ambtenaar van de gemeente Urk en met Inez Vuurboom, die voor de samenwerkende veiligheidsregio's Flevoland & Gooi en Vechtstreek dit traject trekt. Zij vonden het een goed plan en vroegen of ik het op papier kon zetten. Dat wilde ik wel doen, maar dan niet alleen voor Urk of de polder, maar voor heel Nederland.
'Ik ga uit van het allerergste'
Inez is hiermee de boer op gegaan en zo kwam ik in contact met de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht die over dit onderwerp gaat. Hij vroeg of ik een presentatie kon komen geven. Die presentatie werd goed ontvangen en op 15 oktober mag ik het opnieuw presenteren bij de nieuwe inspecteur-generaal."
Wat is het scenario waar je vanuit gaat in jouw plan?
"Ik ga uit van het allerergste, want als je daarop voorbereid bent kun je ook minder extreme scenario's goed aan. Dus ik ga uit van een catastrofe waarbij alles platligt. Bijvoorbeeld: we worden overlopen door een vijandelijk leger. Ons eigen leger heeft geen rol in mijn plan, want zij zijn nodig in het oosten. Ook de jonge mensen zijn weg: eerst van 18 tot 40 jaar, later misschien tot 60. Je zult het dus moeten doen met de gepensioneerden, de ouderen en de vrouwen die overblijven."
Hoe ziet je plan eruit?
"We delen het gebied op in rasters. Dit is een beproefde methode die we ontwikkeld hebben voor een zoekactie op Urk naar een 15-jarige jongen. Later is deze methode uitgebouwd tot het Coördinatieplatform Vermissing waar ik het handboek voor geschreven heb.
Dat systeem gebruik ik nu voor een wijk of gemeente. Elk raster heeft een verantwoordelijk persoon die door de buurt herkend en erkend wordt. Deze coördinator raster (CORA) inventariseert welke mensen hulp nodig hebben en welke mensen hulp kunnen bieden.
Deze kennis is gevoelig. Daarom heb ik in het plan opgenomen dat elke vrijwilliger een geheimhoudingsverklaring tekent. De CORA houdt de informatie van de kwetsbare mensen op kaarten bij, zodat het ook zonder stroom of internet bruikbaar is. Deze kaarten worden op een veilige plek in het raster bewaard en kunnen alleen ingezien worden door mensen die deze informatie voor hun taak nodig hebben."
Hoe groot is zo'n raster?
"Een raster omvat ongeveer 2.500 inwoners. Het is een gebied met mensen die van nature al cohesie met elkaar hebben, zoals een groot flatgebouw of een buurt die bij elkaar hoort.
Hoe is de organisatie opgebouwd?
Ongeveer tien rasters vormen samen een kernteam voor maximaal 25.000 inwoners. Dat kernteam wordt aangestuurd vanuit een commandopost met drie sleutelfuncties: een leider, een adjudant voor de informatievoorziening en een hoofd inwendige dienst die zorgt voor de logistiek, de spullen en het eten. Elke functie heeft een vaste plaatsvervanger, zodat het werk doorgaat als er iemand wegvalt.
'De rastercoördinator kan een betrokken buurtbewoner zijn'
Het lijkt me goed als de functies in de commandopost ingevuld worden door mensen die ervaring hebben in een geüniformeerd beroep, zoals bij Defensie, politie, brandweer, ambulance of KNRM. Zij zijn gewend aan werken in een duidelijke structuur. Een rastercoördinator kan ook een betrokken buurtbewoner zijn."
Hoe gaat het in zijn werk?
"De burgemeester drukt op een knop. De leider van de commandopost wordt dan gealarmeerd door de ambtenaar die namens de burgemeester de bevolkingszorg regelt. De commandopost stuurt vervolgens mensen naar de rastercoördinatoren. Zo weet iedereen: we gaan aan de slag.
In de eerste 6 uur gaan de rastercoördinatoren met hun kaarten langs bij de meest kwetsbare bewoners. Tussen de 6 en 24 uur gaan scholen en kerken open als verzamel- en uitdeelpunt. De rasters die het goed hebben, springen dan bij in zwaarder getroffen rasters. Daarna draait het om de leefbaarheid op langere termijn. Er vinden dan de eerste geplande wisselingen van vrijwilligers plaats."
Vanuit welke plekken worden de inzetten van de buurtbewoners gecoördineerd?
"Vanuit lokale plekken zoals een school, een tennisvereniging, een clubgebouw of een kerk. Wordt een clubgebouw aangewezen als wijkplek, dan kan de gemeente daar wat extra's voor doen. Misschien is er een toilet extra nodig. Zo heeft de club er ook voordeel van."
Wat heeft zo'n wijkplek nodig?
"Water, een noodvoorraad eten en misschien stroom. Het is vooral belangrijk dat het iets van de buurt wordt. Zeg tegen zo'n club: als jullie dat doen, krijg je een vergoeding van bijvoorbeeld 2.000 euro per jaar. De ene club koopt daar een fornuis van, de andere koopt zonnepanelen met een thuisbatterij. Zo'n plek moet tijdens een ramp 24/7 bezet zijn met minimaal twee mensen. Zo kan de een hulp halen als dat nodig is, terwijl de ander de post bezet houdt."
Hoe verloopt jullie communicatie als de telefonie bij zo'n ramp uitvalt?
"Analoog. Je kunt roepen in een wijk. Zo weet iedereen dat de burgemeester het systeem heeft geactiveerd. De rastercoördinator opent het buurthuis en hangt daar bijvoorbeeld een affiche op. Mensen moeten leren dat alle informatie die zij nodig hebben daar te vinden is. Ik verwacht dat ze dan vanzelf dingen beschikbaar stellen, zoals bedden of een dixi omdat ze aan het verbouwen zijn."
Hoe zorg je voor betrokkenheid van een wijk in de koude fase?
"Door buurtactiviteiten te ontplooien. Burendag is daar een fantastisch moment voor.
Zo ontstaat er een plek waar buren elkaar een paar keer per jaar treffen voor een barbecue of koffieochtend. Mensen leren op die manier dat dat ook de plek is waar je naartoe gaat bij een ramp."
Hoe wil je gaan oefenen?
"Ik zou niet meteen met het hele dorp oefenen. Begin met één wijk, een jaar later in twee, drie of vier wijken. En als het kernteam Urk oefent, komt het kernteam Emmeloord kijken als waarnemer. Zo leren we van elkaar en krijgen we inzicht in elkaars situatie. Dat is belangrijk, want als er hier iets gebeurt, hebben we elkaar nodig."
Hoe verhoudt je plan zich tot de noodsteunpunten waar de overheid mee bezig is?
"Mijn plan is eigenlijk een soort noodsteunpunt, alleen dan georganiseerd vanuit de burgers. De overheid zorgt bij een noodsteunpunt voor de bereikbaarheid van de hulpverlening. Wij zorgen voor de inzet van burgers die kunnen helpen.
Stel er wonen mensen in jouw wijk die afhankelijk zijn van een infuuspomp die bij een stroomuitval na een paar uur uitvalt. Dat betekent dat de thuiszorg hulp nodig heeft om deze mensen uit huis te krijgen. Je kunt als rastercoördinator nu al contact leggen met de thuiszorgmedewerkers in jouw buurt en uitleggen dat je met de buurt wil helpen als dat tijdens een ramp nodig is."
Wat zou de volgende stap kunnen zijn?
"Ik ben in gesprek met de gemeente Urk en de veiligheidsregio Utrecht. We hebben afgesproken om een proef te doen in verschillende gebieden: een plattelandsdorp, een vinexwijk en een deel van een grote stad. In een plattelandsdorp is de cohesie meestal groot. Maar hoe voer je dit plan uit in een vinexwijk die 's ochtends leegstroomt en 's avonds weer volloopt? We willen hier ervaring mee opdoen."
Hoe zie je de uitrol op landelijk niveau voor je?
"Ik merk dat we in Nederland vaak iets opbouwen dat daarna weer langzaam doodbloedt. Dat moeten we nu zien te voorkomen. Daarom zou ik het goed vinden als er één orgaan komt dat dit voor hele land activeert, zoals de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De kwartiermaker kan namens dat orgaan vragen aan de verschillende steden: hoe kan ik helpen om dit op te zetten?
Er moet een leerlijn komen. Als gemeente A ergens tegenaan loopt, wat in gemeente B al opgelost is, dan moet die kennis beschikbaar zijn."
Zou jij zelf bereid zijn om dit op te pakken en kwartiermaker te worden?
"Ja, maar ik doe dit werk nu naast mijn baan. Als de overheid wil dat ik dit uitrol, moet het wel gefinancierd worden. Ik heb nog een paar jaar tot mijn pensioen, dus waarom zou ik dit niet doen? Als je een uniform hebt gedragen, voel je de verplichting om een stap naar voren te zetten."
Wanneer hoop je dat het af is?
"Liever gisteren dan vandaag. Maar ik heb lang bij de overheid gewerkt en weet dat de ambtelijke molens niet zo hard draaien. Een deel van de bevolking voelt de urgentie ook niet, terwijl we dagelijks digitaal worden aangevallen. Het zou mooi zijn als een regio of provincie dit plan omarmt en het in al haar gemeentes zo gaat doen.
'Zorg voor een stevig fundament'
Ik heb altijd geleerd dat het eenvoudigste plan het beste is. Dus ik zou denken: houd het bij de basis en zorg voor een stevig fundament. Ik kan niet voor elke buurt bepalen hoe zij hun raster invullen. Er zullen gouden, zilveren, platina en ook loden ideeën zijn. Maar het is vooral belangrijk dat de inwoners van de wijken er nu al over nadenken, want daardoor wordt het in een crisis straks gemakkelijker. En als zij het voor een groot gedeelte zelf hebben opgezet, wordt het ook echt van hen."

