Interview

Gert-Jan Ludden brengt in zijn boek en tijdens zijn congres een brede groep experts samen

Gert-Jan Ludden brengt in zijn boek en tijdens zijn congres een brede groep experts samen

Maaike Tindemans
Tekst:
Maaike Tindemans
Verwachte leestijd: 12 min

Boek en congres ‘Een weerbare samenleving’ brengt brede groep crisisexperts samen

Crises zijn complexer dan ooit en raken iedereen. Toch is Nederland hier nog onvoldoende op voorbereid. Daarom organiseren Gert-Jan Ludden en Eelco Dykstra op 25 november het congres ‘Een weerbare samenleving’. Zo’n 25 experts uit binnen- en buitenland delen hier hun visie. Ook brengen zij samen met 22 crisisprofessionals het gelijknamige boek uit. Wij interviewden 2 van hen: Charlotte de Schepper, bestuurder van SES met de Nationale Zorgreserve en de Nationale Techniek-, Logistiek- en Veiligheidreserve en Ruud Bakker, directeur Veiligheid van de gemeente Rotterdam.

Als er nu een pandemie uitbreekt, zal Nederland precies dezelfde fouten maken als 5 jaar geleden. Dat is de overtuiging van crisisexpert Gert-Jan Ludden die hem drijft. Hij organiseert al jaren congressen en schreef eerder het boek Van klassieke rampenbestrijding naar moderne crisisbeheersing. Nu organiseert hij samen met een brede groep experts een congres, en hebben zij samen het bijbehorende boek ‘Een weerbare samenleving?’ geschreven. Hij hoopt hiermee een bijdrage te leveren aan het écht weerbaar maken van de samenleving. "Want we kletsen heel veel, en we vinden het allemaal heel belangrijk", zegt hij. "Maar we doen nog te weinig."

Zo’n 25 crisisprofessionals geven tijdens het congres een presentatie of verzorgen een workshop. Zo’n 22 experts hebben een bijdrage geleverd aan het boek. Ruud Bakker, directeur Veiligheid van de gemeente Rotterdam (en voormalig voorzitter Landelijk Netwerk Bevolkingszorg) schreef een hoofdstuk over het sociale weefsel als fundament van crisisbestendigheid. Charlotte de Schepper, bestuurder van de Stichting Extra Samen (SES)/de Nationale Zorgreserve, laat zien hoe de maatschappelijke betrokkenheid van professionals omgezet kan worden in een professionele reserve voor crisistijd.

Gert-Jan, wat is de kern van de boodschap van het boek?
"We zijn in Nederland heel sterk in rampenbestrijding. Maar een langdurige, sluimerende crisis, zoals corona, vraagt om een andere aanpak. En de volgende crisis kan nog vele malen groter worden zoals bij een langdurige stroomuitval, een cyberaanval op de vitale infrastructuur of een militair conflict. Dan hebben we een crisis van een hele andere orde.

Het is belangrijk dat we de dynamiek van een langdurige crisis beter gaan begrijpen. Daarom brengt het boek een brede groep van experts samen

Crisisbeheersing heeft bovendien ook een internationale dimensie. Een virus in Wuhan kan een wereldwijde pandemie veroorzaken. Het is belangrijk dat we die dynamiek beter gaan begrijpen. Daarom heb ik voor een brede groep auteurs gekozen uit Nederland én uit het buitenland.”

Kun je enkele voorbeelden van sprekende auteurs noemen?
“Perry Steckly uit Canada bijvoorbeeld. Hij heeft twee jaar geleden het nationale expertisecentrum voor weerbaarheid in zijn land opgericht. Zijn belangrijkste les is: zorg dat de publiek-private samenwerking goed geborgd is. De middelen die je nodig hebt tijdens een crisis, zoals noodaggregaten, transportcapaciteit en watervoorzieningsinstallaties, worden namelijk vrijwel allemaal door het bedrijfsleven geleverd. De Duitser Christian Fu Mueller gaat in op de agrarische en logistieke keten. Hoe kwetsbaar is onze voedselvoorziening als die ketens onder druk staan? En de Amerikaanse auteur Veda T. Woods heeft een bijdrage over cybersecurity.

Japan werd in 2011 getroffen door een verwoestende tsunami. Kosuke Nakazawa vertelt tijdens het congres over de lessons learned uit die tijd.

Ook hebben we een aantal toonaangevende Nederlandse auteurs, zoals de Nationaal Programmamanager Weerbaarheid Paul Gelton. Er gebeurt op dit moment enorm veel op het gebied van weerbaarheid: nationaal, regionaal en lokaal. Maar hier zit weinig regie op. Paul Gelton zit daar middenin en kan dat als geen ander duiden. Jan Pol van het samenwerkingsverband ICA heeft een hoofdstuk geschreven over de publiek-private samenwerking. De kern van zijn betoog is: als je elkaar pas benadert tijdens een crisis, ben je te laat. En onderzoeker Willemijn Kemp heeft samen met de Belgische hoogleraar Joris van Bladel een hoofdstuk geschreven over religie en morele weerbaarheid."

Veel auteurs van het boek verzorgen ook een presentatie of een workshop op het congres. Daarnaast zie ik in het programma van het congres ook enkele opvallende namen staan, zoals de Japanse onderzoeker Kosuke Nakazawa. Wat kunnen we van zijn bijdrage verwachten?
“Japan werd in 2011 getroffen door een tsunami over een kuststrook van 500 tot 700 kilometer, gecombineerd met een aardbeving en een kernramp. De hele vitale infrastructuur lag plat. Geen stroom, geen transport, geen water, geen voedsel – en daarboven op straling. Kosuke Nakazawa is als onderzoeker verbonden aan de University of Hyogo. Hij kan vertellen welke lessen het land hiervan geleerd heeft.”

Een andere opvallende spreker is de Oekraïense Oleksyi Anulja. Wat kunnen we van zijn presentatie verwachten?
"Oleksyi Anulja heeft 11 maanden lang in Russisch krijgsgevangenschap gezeten en is zwaar gemarteld. Zijn presentatie is een persoonlijk weerbaarheidsverhaal. Hoe overleef je extreme omstandigheden, zonder te weten wat er op je afkomt, zonder perspectief? Hoe houd je de moed erin? Dit is een verhaal dat je raakt."

Charlotte, jij bent een van de auteurs van het boek én spreker op het congres. Kun je ons vertellen wat de Nationale Zorgreserve precies is?
Charlotte de Schepper, bestuurder van Stichting Extra Samen (SES) met onder andere de Nationale Zorgreserve: “We zijn een non-profitorganisatie die geactiveerd kan worden tijdens een crisis. We zijn begonnen als burgerinitiatief in de covid-periode. In die tijd was er een enorme bereidheid van zorgprofessionals om te helpen, maar de infrastructuur om hen veilig, snel en professioneel te koppelen aan zorgorganisaties ontbrak.

Charlotte de Schepper vertelt dat de Nationale Zorgreserve begonnen is als burgerinitiatief

In de loop van de jaren hebben we dit stap voor stap opgebouwd: registratie, kwalificatie, scholing, matching. We zijn van handmatig matchen met Excel-lijsten in het prille begin overgegaan naar een professioneel systeem. We verifiëren opleidingen en ervaring, zorgen voor scholing en kunnen mensen gericht inzetten.”

In het boek komt naar voren dat jullie nadrukkelijk geen commercieel bemiddelingsbureau zijn. Wat zijn de belangrijkste verschillen?
"Wij komen pas in beeld als het algemeen belang belangrijker is dan het economische belang. Onze reservisten zijn studenten, mensen die parttime in de zorg werken of een andere baan hebben en gepensioneerden.

Tijdens een crisis zijn er veel extra handen nodig, bijvoorbeeld voor het vaccineren tegen een nieuw virus

Ze zeggen allemaal: als het zo ernstig is dat Nederland ons écht nodig heeft, dan komen we zeker helpen. Ze zijn intrinsiek gemotiveerd. Ze krijgen een normaal salaris dat vergelijkbaar is met andere professionals die in de zorg werken. Zodra de markt het zelf weer aankan, trekken wij ons terug. Voor bedrijven die hun medewerkers de ruimte geven om civiel reservist te zijn is dit ook belangrijk: na de inzet komen zij gewoon weer terug."

Hoe zorgen jullie ervoor dat zorg- en crisisorganisaties jullie weten te vinden tijdens een crisis?
"Dat is de fase waar we nu inzitten. We brengen alle zorgorganisaties in kaart – ziekenhuizen, verpleeghuizen, gehandicaptenzorg – en we voeren met iedereen een warm onboarding-gesprek. Zo zorgen we ervoor dat crisiscoördinatoren en HR-functionarissen weten hoe ons systeem werkt.

De zorgreservisten houden hun kennis op peil, bijvoorbeeld tijdens de Dag van de Nationale Zorgreserve. Foto: Jostijn Ligtvoets

Daarna is het zaak dat organisaties, net als de civiele reservisten, ons niet vergeten. Dus binden, boeien en behouden is een van onze belangrijkste taken. Onder meer via nieuwsbrieven, bijeenkomsten zoals de Dag van de Nationale Zorgreserve en via de contacten met branche- en beroepsorganisaties zorgen we ervoor dat we in beeld blijven."

Jullie breiden uit naar burgerreserves voor andere sectoren. Hoe zit dat?
“We hebben op verzoek van het ministerie van Defensie onderzocht welke reserves Nederland nog meer nodig heeft bij een langdurige crisis. Dat zijn een logistiekreserve voor de distributie, het transport en de bevoorrading, een techniekreserve voor de vitale infrastructuur zoals energie, telecom en water, en een veiligheidsreserve voor openbare orde en bescherming van vitale objecten.

Een langdurige stroomuitval is een realistisch scenario. Daarom is het ook goed om een pool met technische reservisten op te bouwen

We willen onder de vlag van de overkoepelende stichting SES voor deze drie sectoren nationale burgerreserves opbouwen. We maken daarbij gebruik van de lessons learned van de Nationale Zorgreserve, want we hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Ook zorgen we ervoor dat alles eenduidig ingericht wordt. Zo is het voor iedereen helder hoe de burgerreserves werken en waar ze voor staan."

Ruud, jij hebt in het boek een hoofdstuk geschreven over het sociale weefsel. Waarom is dat cruciaal?
Ruud Bakker, directeur Veiligheid van de gemeente Rotterdam: “Bij een langdurige, maatschappelijk ontwrichtende crisis is de overheid redelijk snel uitgespeeld. Wij richten ons dan op de meest kwetsbaren en hebben onvoldoende capaciteit om er voor iedereen te zijn. Dus bij een langdurige crisis moet je ook een beroep kunnen doen op de samenleving zelf, op samenredzaamheid. Dat betekent dat mensen aandacht hebben voor elkaar, de boodschappen voor elkaar doen, signalen doorgeven, er voor elkaar zijn. Die samenredzaamheid valt weg, als je daar als overheid niet in investeert.”

Kun je daar een concreet voorbeeld van geven?
"In de coronatijd startten er in Rotterdam zo’n 51 lokale voedselinitiatieven. Burgers gingen in allerlei wijken eten maken voor medebewoners of voedselpakketten uitdelen. Dat kwam spontaan op gang vanuit de samenleving.

Ruud Bakker (gemeente Rotterdam) vertelt dat de overheid bij een langdurige, maatschappelijk ontwrichtende crisis snel uitgespeeld is

Onze rol als gemeente was om deze initiatieven te versterken zonder ze over te nemen. Dat deden we door partijen met elkaar te matchen. Bedrijven zoals Unilever kwamen bij ons met de vraag: wij willen iets doen voor de stad, maar weten niet hoe. Wij brachten hen in contact met voedselinitiatieven die wel wat pallets met voedsel konden gebruiken. Coolblue wilde 5.000 laptops schenken aan kinderen, KPN wilde ook iets doen. Wij koppelden die twee aan elkaar zodat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen niet alleen een laptop kregen, maar ook een internetverbinding. Dat matchen, het inzetten van je netwerk, is iets dat een lokaal initiatief vaak niet zelf kan. Wij kunnen dat wel en kunnen hen daar dus bij helpen.

De gemeente heeft in die periode ook een platform gemaakt: Rotterdam Zet Door. Dit ziet er niet uit als een overheidswebsite, maar het is vooral een plek waar al die goede initiatieven een podium krijgen met foto’s, filmpjes en verhalen. Zo proberen we een beweging te maken. De gemeente faciliteert en de initiatieven blijven van de samenleving. Dat is de kern."

Wat is de grootste valkuil in dat samenspel tussen de overheid en de burgerinitiatieven?
Ruud: "Dat je het overneemt of dat je als overheid denkt dat je overal over gaat. Ik zag dat bij de noodsteunpunten. De eerste gedachte was: één noodsteunpunt per 5.000 inwoners, in de brandweerkazerne.

Er wordt al volop geoefend met noodsteunpunten, zoals hier in de wijk Bloemhof in Rotterdam. Foto: Rhalda Jansen

Maar noodsteunpunten moeten in de wijk zitten, op een plek waar bewoners naartoe trekken als ze iets nodig hebben. Als je kleine kernen hebt van 1.200 mensen met een voetbalkantine waar iedereen op zaterdag bijeenkomt, dan is dát het noodsteunpunt. Je moet aanvoelen hoe die samenleving in elkaar zit. Regie betekent niet dat je altijd alles bepaalt."

En hoe houd je mooie initiatieven in stand als de crisis of de dreiging voorbij is?
"Dat is altijd een uitdaging. Tijdens de coronacrisis werkten we nauw samen met sociale ondernemers en lokale initiatieven. Zodra de crisis voorbij was, gingen we terug naar de oude beleidslijnen. Dan maakt een gemeente afspraken met grote partijen over welzijn, en zeggen lokale initiatieven: maar wij willen ook iets betekenen. Dan is het antwoord: wij doen alleen zaken met grootschalige partijen. En dan zie je dat er spanning ontstaat."

Je hebt het in het boek ook over de zachte krachten van de stad. Wat bedoel je daarmee?
"Dat is misschien wel het meest onderschatte instrument dat een gemeente heeft. Ik heb dat gezien bij openbare-ordesituaties na voetbalwedstrijden. De neiging is al snel om te zeggen: we gaan harder optreden, meer politie inzetten. Maar in de driehoek hebben we ook gekozen voor de zachte krachten: buurtvaders inzetten, verbinding maken met moeders uit de gemeenschap, jongerenwerkers inzetten die een andere taal spreken dan de overheid. Zij doen iets wat politie in uniform nooit kan.

Je voorkomt hier niet altijd alle ongeregeldheden mee, maar je doet wel een beroep op de samenleving: we moeten dit samen doen. Dat vertrouwen opbouwen moet je doen vóór de crisis er is, niet pas als het misgaat."

Wat is de rol van de gemeentesecretaris in dit geheel?
"De gemeentesecretaris heeft een domein- en organisatie-overstijgende blik en een netwerk dat daarbij hoort. Je kijkt over de grenzen van één afdeling heen en kunt mensen en partijen met elkaar verbinden. Weerbaarheid gaat niet alleen over veiligheid. Het gaat ook over het sociale domein, de zorg, de wijk. Die verbinding moet iemand maken, en de gemeentesecretaris is daar bij uitstek voor gepositioneerd."

Wat zou je andere gemeentes willen meegeven die stappen willen zetten op dit onderwerp?
“Denk groot, begin klein. Zie wat er in de wereld gebeurt en wat dat kan betekenen voor jouw bewoners. Maar maak er geen groot beleidstraject van. Mobiliseer de kracht van de samenleving en denk niet dat je het allemaal zelf moet organiseren.

‘Denk groot, begin klein’

En zorg dat het gedragen wordt door het hele college, niet alleen door de portefeuillehouder veiligheid. Want weerbaarheid is breder dan veiligheid. Anders loop je het risico dat de programmadirecteuren weerbaarheid en de beleidsmedewerkers van het sociaal domein naast elkaar gaan werken aan hetzelfde vraagstuk. Je kunt beter kijken of dat ook samen kan."

Het congres ‘Een weerbare samenleving’ vindt op 25 november plaats in Hotel Restaurant Oud London in Zeist. De deelname is ook online mogelijk, met Engelstalige ondertiteling van het plenaire programma. Het gelijknamige boek is verkrijgbaar via [website invullen]. De deelnemers van het congres ontvangen het boek bij binnenkomst.

21 juli 2026