Ministerie van Justitie en Veiligheid staat op tegen agressie: ‘We werken hier op alle niveaus aan’
De samenleving verhardt. Agressie en geweld tegen mensen met een publieke taak komt vaker voor dan veel mensen denken. Dit varieert van schelden en intimidatie tot fysiek geweld en digitale bedreigingen. Ook de organisaties die vallen onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) worstelen met dit probleem. Daarom heeft het programma 'Voorbereid op agressie en geweld' een JenV- brede aanpak ontwikkeld. Deze aanpak bestaat uit de Baseline ‘Preventie, aanpak en zorg bij agressie en geweld’ en een zelfevaluatie om te bepalen in welke mate je als organisatie al voldoet aan de Baseline. Samen met ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum zijn de uitkomsten van alle zelfevaluaties geanalyseerd.
“Op verzoek van de bestuurders van onze JenV-organisaties heeft ons programma een gezamenlijk, concreet en eenduidig handelingskader (de Baseline) ontwikkeld,” zegt Annemarie Veenkamp, programmamanager van het programma ‘Voorbereid op agressie en geweld’. “Hier staan concrete maatregelen in op het gebied van preventie, handelen bij een incident en (na)zorg, die organisaties kunnen nemen om invulling te geven aan hun werkgeversrol bij agressie tegen medewerkers. Op basis van deze Baseline hebben de meeste JenV-organisaties die in contact met burgers hun publieke taak vervullen, een zelfevaluatie uitgevoerd. Aan de hand van deze zelfevaluatie, bestaande uit 61 vragen, kunnen organisaties zelf toetsen hoe zij ervoor staan, en wat zij kunnen doen om zichzelf te verbeteren.” Met ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum hebben we de uitkomsten van alle zelfevaluaties geanalyseerd. Uit die analyse blijkt dat zeker de grotere organisaties al veel op orde hebben, maar dat er ook nog de nodige verbeterpunten open staan. Denk aan het actualiseren van werkwijzen en protocollen en het communiceren daarvan aan de medewerkers.
De Raad van de Kinderbescherming is een van de organisaties van JenV die met de Baseline en de zelfevaluatie werkt. “Het helpt ons enorm dat het ministerie hier zo actief mee bezig is”, zegt de veiligheidsregisseur. “Zo laten zij zien dat ze achter ons staan. Het onderwerp ‘omgaan met agressie’ wordt daardoor op alle niveaus gedragen: door de medewerkers, de leidinggevenden én het overkoepelende ministerie. Daardoor sta je sterker en dat geeft de beste resultaten.”
De Raad van de Kinderbescherming is een van de organisaties die de zelfevaluatie inmiddels ingevuld heeft. Hoe hebben jullie dit ervaren?
“Goed”, zegt Wilfred Bekker, beveiligingscoördinator bij de Raad voor de Kinderbescherming. “Agressie is in onze organisatie best een ding. We dachten dat we goed op weg waren in het nemen van maatregelen. De zelfevaluatie is een goede tool waarmee we kritisch naar onszelf kunnen kijken.”
Hoe hebben de andere organisaties van het ministerie dat ervaren?
“De zelfevaluatie is inmiddels door 17 organisaties ingevuld, zoals de politie, de Dienst Terugkeer en Vertrek en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers”, vertelt Maiko Teuben, senior beleidsadviseur bij het programma en verantwoordelijk voor het proces rond de zelfevaluatie. “We krijgen daar positieve reacties op. Dat komt met name omdat de nadruk ligt op samen leren en ontwikkelen. Het is geen ranglijst en het is ook niet bedoeld als ‘naming en shaming’. Daardoor durven organisaties zich kwetsbaar op te stellen.”
De organisaties van het ministerie verschillen sterk van elkaar. Sluit de zelfevaluatie wel op al die organisaties aan?
De veiligheidsregisseur: “Het sluit zeker op onze organisatie aan. Dat komt omdat we zelf input konden leveren.”
Annemarie: “Die flexibiliteit was voor ons ook belangrijk. Sommige elementen zijn in de ene organisatie belangrijker dan in de andere, bijvoorbeeld omdat er meer contact met burgers is. Dus de maatregelen die je neemt zijn altijd situationeel afhankelijk.”
“Organisaties kunnen bovendien aangeven wáárom ze bepaalde maatregelen wel of niet nemen”, zegt Marinka Buitenhuis, beleidsonderzoeker bij ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. “We zien in de data terug dat veel antwoorden niet zwart-wit zijn. Meestal ligt het genuanceerd. Organisaties hebben vaak goede redenen om iets net anders aan te pakken.”
Wat is het algemene beeld dat uit de zelfevaluatie naar voren komt?
Marinka: “We zien in het algemeen dat organisaties die meer met agressie te maken hebben, ook meer maatregelen uit de Baseline toepassen. We hebben bovendien geleerd dat het belangrijk is om in te zoomen op de context en kenmerken van de individuele organisaties. Diverse organisaties hebben bijvoorbeeld uitgebreide verbeterplannen geformuleerd, of aangegeven waarom ze bepaalde maatregelen niet kunnen treffen. Dat nuanceert de uitkomsten.”
Maiko: “Ook zien we dat veel organisaties maatregelen deels toepassen. Ze geven bijvoorbeeld aan dat ze een protocol hebben, maar dat deze verouderd is. Een verbetervoorstel dat ze dan noemen, is het updaten van het protocol of het beter leesbaar maken voor de medewerkers.”
De veiligheidsregisseur: “Zo zijn wij ook punt voor punt aan het denken gezet. Dus: welke maatregelen neem je, en hoe goed pas je die toe?”
Kun je daar een voorbeeld van geven?
De veiligheidsregisseur: “Een van de onderwerpen is: sta je voldoende stil bij het onderwerp agressie in sollicitatieprocedures? Aan de ene kant willen we toekomstige werknemers natuurlijk niet angstig maken. Aan de andere kant is het ook belangrijk dat zij zich realiseren dat zij in dit werk met agressie te maken kunnen krijgen. Het is belangrijk dat zij daar weerbaar tegen zijn. De zelfevaluatie heeft ons daarin aan het denken gezet. We hebben nu meer aandacht voor veiligheid en agressie in de vacaturetekst en in de onboarding.”
Kun je nog meer maatregelen noemen die je naar aanleiding van de zelfevaluatie hebt genomen?
Maiko: “Jazeker. We hebben bijvoorbeeld recent een bijeenkomst gehouden voor de bestuurders en de veiligheidsfunctionarissen. Het onderwerp was: hoe ga je om met het thuisfront als je in je baan te maken hebt met agressie? Dus: wat doe je met het gevoel dat het thuisfront bij jouw werk heeft? De sessie was super inspirerend, ook omdat er een concreet gespreksinstrument werd gepresenteerd.”
Annemarie: “Ook op centraal niveau zijn we met verbetermaatregelen bezig. We zien bijvoorbeeld in de resultaten van de zelfevaluatie dat medewerkers niet altijd alles melden. Daarom zijn we bezig met de ontwikkeling van een meldapplicatie zodat melden gemakkelijker wordt. En we zijn bij enkele organisaties een pilot gestart om te achterhalen hoe we de meldingsbereidheid kunnen vergroten. Er zijn meerdere redenen waarom je wilt dat medewerkers incidenten melden. Uiteraard zodat de organisatie de medewerker (het slachtoffer) kan steunen en een passende reactie kan geven aan de dader. Maar het is ook van belang voor de analyse van de meldingen, zodat we daarvan kunnen leren. Vervolgens kunnen we goede en - waar het kan - collectieve maatregelen nemen.”
Organisaties van andere ministeries hebben natuurlijk ook met agressie te maken. Zou het goed zijn als zij ook met de Baseline en de zelfevaluatie gaan werken?
Marinka: “Jazeker. Het versterken van het welzijn van medewerkers is voor alle organisaties belangrijk. Voor medewerkers in hoog-risicoberoepen is de Richtlijn psychosociale ondersteuning binnen hoog-risico beroepen (2024) geschreven. Op deze richtlijn is de Baseline gebaseerd. Ook voor zorgprofessionals bestaat zo’n richtlijn; de Beleidsrichtlijn psychosociale ondersteuning zorgprofessionals (2023). Ook daar zien we dat medewerkers geconfronteerd worden met agressie en geweld. Deze richtlijnen kunnen dus voor diverse organisaties en sectoren de basis vormen voor een Baseline of zelfevaluatie die concreet ingaat op de omstandigheden van de eigen organisatie.”
De veiligheidsregisseur: “Sterker nog. Ik denk dat het zelfs nodig is dat ook andere overheidsinstanties met de Baseline en de zelfevaluatie gaan werken. Agressie neemt toe en we moeten ons daar met zijn allen tegen wapenen. Zo maken we samen een duidelijk statement dat we agressie niet accepteren. Bovendien merken burgers dan dat ze overal op dezelfde manier behandeld worden.”
Maiko: “Daar ben ik het mee eens. Met de Baseline en de zelfevaluatie creëer je een concreet gezamenlijk kader, specifiek voor het omgaan met agressie en geweld.
Ik merk bovendien dat dit ook een gezamenlijke taal oplevert. Dat maakt het gemakkelijker om dit onderwerp te bespreken. Binnenkort hebben we een verbeterdag. We gaan dan dieper in op de vraag: wat verbeteren we, hóe doen we dat en wat is daar nog aan nadere ondersteuning voor nodig, bijvoorbeeld in de vorm van handreikingen? Een gezamenlijke taal helpt bij dat gesprek.”
Biedt de zelfevaluatie meer mogelijkheden voor het uitwisselen van kennis?
Annemarie: “Zeker. Door de zelfevaluatie weten we hoe organisaties ervoor staan en waar de witte vlekken zitten. Het is aan ons als programma om te kijken of we daarin iets voor de organisaties kunnen betekenen. We kunnen bijvoorbeeld een ketenpartner die voorop loopt, vragen om een presentatie te geven over een specifiek onderwerp waar anderen minder op scoren. Zo kunnen organisaties van elkaar leren.”
In hoeverre verhoudt de zelfevaluatie zich tot de Richtlijn psychosociale ondersteuning binnen hoogrisico beroepen 2024?
Marinka: “De Richtlijn psychosociale ondersteuning binnen hoog-risico beroepen helpt organisaties bij het inrichten van het welzijn van medewerkers in deze hoog-risicosectoren. Hier vallen verschillende beroepsgroepen onder, denk aan Defensie, de BOA’s op straat, of de brandweer. Enerzijds gebeurt dat door adviezen te geven voor het inrichten van bepaalde processen in de organisaties, zoals de praktische ondersteuning bij het afhandelen van incidenten of het faciliteren van opvang en nazorg. Anderzijds geeft de richtlijn handvatten voor hoe goed werkgeverschap en personeelszorg in brede zin kunnen doordringen tot alle lagen van de organisaties: van de directie tot het thuisfront.”
Maiko: “De Richtlijn psychosociale ondersteuning binnen hoog-risicoberoepen biedt een overall beeld wat werkgevers zouden moeten inrichten voor alle schokkende incidenten, waarbij nader ingezoomd wordt op de teams collegiale ondersteuning. De Baseline richt zich puur op hoe om te gaan met agressie en geweld tegen medewerkers en de maatregelen zijn aan de hand van de indeling ‘preventie’, ‘handelen bij een incident’ en ‘zorg en nazorg’ praktisch uitgewerkt.
Verder hebben betrokken medewerkers van onze verschillende organisaties, zoals de veiligheidsregisseurs, de beveiligingscoördinatoren en de preventiemedewerkers, hier input voor geleverd. Daardoor is het één gemeenschappelijk verhaal geworden dat op alle hiërarchische niveaus gedragen wordt. Het is concreet en past in de JenV-context. Bovendien is iedereen erg betrokken. Daardoor is het een goede manier om samen te leren.”
Wat is de stip op de horizon? Waar hopen jullie dat de verschillende organisaties over een jaar of over 5 jaar staan?
Annemarie: “We hopen natuurlijk dat de organisaties dan weerbaarder zijn en dat zij beter in staat zijn om adequaat te reageren op agressie en geweld.”
Wilfred: “Ik verwacht zeker dat dat gaat lukken, omdat de zelfevaluatie van onderaf gevoed wordt én van het ministerie is. Dat zorgt ervoor dat ook de bestuurders moeten meebewegen in het toepassen van verbeteringen. Dus het is op alle niveaus goed geborgd.”
‘Het is op alle niveaus goed geborgd’
De veiligheidsregisseur: “Tegelijkertijd is het onderwerp ‘omgaan met agressie’ natuurlijk nooit af. De wereld om ons heen verandert continu. De technologie verbetert zich, bijvoorbeeld door de opkomst van AI. Dus het blijft belangrijk om best practices met elkaar te delen en van elkaar te leren. Het zou wel mooi zijn als we over 5 jaar belangrijke stappen vooruit hebben gezet, zodat we dit onderwerp nog beter onder controle hebben.”
Maiko: “Ik hoop ook dat een groter aantal sectoren ons weet te vinden, al was het maar voor inspiratie. Zij kunnen ons vinden op onze eigen website: ‘Programma: Voorbereid op agressie en geweld’.”

