Eline Brooshooft (GHOR Hollands Midden) en Irma Weijs, ontwikkelaar van de de-escalatieladder
Eline Brooshooft (GHOR Hollands Midden) en Irma Weijs, ontwikkelaar van de de-escalatieladder
Eline Brooshooft (GHOR Hollands Midden) en Irma Weijs, ontwikkelaar van de de-escalatieladder
Eline Brooshooft (GHOR Hollands Midden) en Irma Weijs, ontwikkelaar van de de-escalatieladder
Tijdens een (sport)evenement kan de zorg behoorlijk onder druk komen te staan. Daarom ontwikkelde Irma Weijs, voorheen werkzaam bij Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, de de-escalatieladder. “Deze tool geeft meer inzicht, zodat we eerder maatregelen kunnen nemen”, zegt ze. Veiligheidsregio Hollands Midden is een van de regio’s die hier inmiddels mee werkt.
Het idee voor de de-escalatieladder is in 2019 ontstaan. “In dat jaar werden we, na de editie van 2019, als GHOR-regio verantwoordelijk voor de Dam tot Damloop”, vertelt Irma Weijs, destijds werkzaam bij de GHOR van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland en ontwikkelaar van de de-escalatieladder.
“De Dam tot Damloop van 2019 viel op een dag waarop je ’s ochtends dacht: ‘Het is een beetje frisjes. We doen een jasje aan.’ Vanaf 12.00 uur werd het warmer, en om 14.00 uur waren er al meer dan 50 mensen in zeer acute toestand met oververhitting naar het ziekenhuis gebracht. Het werd zelfs een GRIP-opschaling en we hebben gebruik gemaakt van de Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB). Ambulances van andere regio’s kwamen ons helpen. Op een gegeven moment waren er helemaal geen ambulances meer beschikbaar in één van de regio’s. De patiënt die hulp nodig had, is bezocht door een Rapid Responder. Na dit evenement in september 2019 dachten we: ‘Dit nooit meer!’”
Wat is je het meeste bijgebleven van die dag?
“Dat we wel degelijk voorbereid waren. We hadden die dag 11 ambulances beschikbaar staan, 400 zorgprofessionals en de ziekenhuizen hadden 16 extra bedden. Toch was dit blijkbaar nóg niet voldoende.
Wat op dat moment ontbrak, was een vooraf afgesproken grens: wanneer worden de zorgvraag en de risico’s voor de deelnemers te groot en nemen we maatregelen of stoppen we het evenement? Dat besluitvormingsmoment was nog niet objectief vastgelegd.
Wat me het meeste raakte was een jongeman die binnengebracht werd met een lichaamstemperatuur tussen de 42,5 en 43 graden Celsius. Naast zijn bed liep een jonge vrouw in een leuk zomers jurkje met een kind op haar arm. Zij hadden overduidelijk uitgekeken naar een leuke dag samen. Deze dag zou voor haar misschien eindigen met het organiseren van de begrafenis van haar man. Dat vond ik een heel akelig idee.”
Wat heb je vervolgens gedaan?
“Ik ben gesprekken gaan voeren met de zorgpartners en de organisator. De ziekenhuizen gaven aan dat je zo’n piek wel kunt zien aankomen. Binnen de veiligheidsregio kwamen we tot de conclusie dat het best lang duurde voordat het evenement werd stopgezet. Dat gaf mij de bevestiging dat de risico-indicatoren zich trapsgewijs opstapelen en goed inzichtelijk te maken zijn. Zo ontstond het idee van een escalatieladder.
Vervolgens dacht ik: als je daar ook de-escalerende maatregelen aan koppelt, heb je concrete knoppen om aan te draaien. Zo was het idee van een de-escalatieladder geboren.”
Wat heb je gedaan om een de-escalatieladder te ontwikkelen?
“Ik heb allereerst gekeken of we aan de hand van objectieve criteria konden bepalen wanneer het teveel werd. Daarvoor ben ik in gesprek gegaan met verschillende partijen en heb ik diverse onderzoeken en praktijkervaringen naast elkaar gelegd. De conclusie was dat de criteria die we in onze Nederlandse veiligheidsplannen hanteerden te ruim waren voor dit type evenement.
Om de hittebelasting beter in beeld te brengen, zijn we gaan werken met de Wet Bulb Globe Temperature (WBGT). Daarbij kijk je niet alleen naar de luchttemperatuur, maar ook naar factoren zoals luchtvochtigheid, windsnelheid en zonkracht.
‘Ik heb onderzoek gedaan naar verantwoorde grenswaarden’
In de Nederlandse veiligheidsplannen werd lange tijd gewerkt met bestaande grenswaarden, waarvan door sommigen werd aangegeven dat deze gebaseerd waren op uitgangspunten uit andere domeinen, zoals militairen. Tegelijkertijd kon niemand goed onderbouwd aangeven welke criteria passend waren voor hardloopevenementen. Dat was voor mij de aanleiding om de wetenschap in te duiken, want militairen zijn over het algemeen veel beter getraind dan marathonlopers. Bovendien zijn die doelgroepen niet één-op-één met elkaar te vergelijken. Ik heb onderzoek gedaan naar verantwoorde grenswaarden passend bij marathonlopers, en daar heb ik kleurcodes aan gekoppeld.”
Hoe heb je deze kleurcodes toegepast in de de-escalatieladder?
“Ik heb de uiteindelijke kleurcodes en grenswaarden in goed overleg met de organisator van de Dam tot Damloop bijgesteld. Deze sluiten niet volledig één-op-één aan op de theoretische normen uit de literatuur, omdat dit voor een organisator een grote aanpassing is. Wel hebben we samen gezocht naar een kader dat verantwoord, uitlegbaar en praktisch toepasbaar is. Dat gezamenlijke doel – veiligheid én uitvoerbaarheid – staat altijd centraal.
Deze kleurcodes hebben we opgenomen in de de-escalatieladder. Daarbij geldt code wit bij een WBGT onder de 15, code groen voor een WBGT tussen de 15 en 16, code geel bij 17, code oranje bij 18 en 19, code rood bij 20 t/m 22 en code zwart bij een WBGT hoger dan 23.”
Je hebt meer parameters in de de-escalatieladder opgenomen. Welke?
“Dat klopt. De WBGT is slechts één van de criteria die we meewegen in de besluitvorming. De zorgpartners kunnen tijdens het evenement met kleurcodes aangeven hoe zij ervoor staan. We brengen die kleurcodes met de WBGT samen in één overzicht. Zo hebben alle zorg- en veiligheidspartners tijdens het evenement een goed totaalbeeld.
We weten tijdens het evenement natuurlijk ook hoeveel lopers er nog bezig zijn, en hoeveel mensen er nog moeten starten. Met het beeld uit de de-escalatieladder kunnen we bepalen of dat verantwoord is, of dat we maatregelen moeten nemen.”
We zijn inmiddels een aantal jaren verder en verschillende veiligheidsregio’s zijn met de de-escalatieladder gaan werken. Veiligheidsregio Hollands Midden is daar een voorbeeld van. Wat was voor hen de aanleiding om met de de-escalatieladder te gaan werken?
“We liepen bij de Leiden Marathon tegen dezelfde problematiek aan als Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland”, vertelt Eline Brooshooft, beleidsmedewerker GHOR Hollands Midden. “We merkten bovendien dat de belangen in het afstemmingsoverleg wat botsten. Voor de organisatie van een evenement is het ontzettend zuur als de marathon wordt stilgelegd. Tegelijkertijd vragen de zorgpartners zich af: gaat dit nog wel goed?
We hebben in 2024 besloten om de 10 kilometer niet meer te laten starten omdat meerdere mensen bevangen waren door de hitte. Dit was gezien de omstandigheden een terechte beslissing. Tegelijkertijd heeft dit ons wel geholpen ons informatiemanagementproces verder te verbeteren."
In 2025 zijn jullie met de de-escalatieladder gaan werken. Welk verschil merkte je?
“Ik merkte dat dit een ontzettend goede zet was, omdat je inzichtelijk krijgt hoe alle hulpdiensten ervoor staan. Daardoor kun je met meer zekerheid een besluit nemen. Dat is niet alleen een voordeel als je besluit om het evenement af te lassen. Die zekerheid is ook prettig als je besluit om het evenement – ondanks het warme weer – wel door te laten gaan.
In 2025 viel de Leiden Marathon op de eerste warme dag van het jaar. We zagen tijdens de marathon dat de temperatuur en de zorgvraag stegen. Een kwartier voordat de 10 kilometer zou gaan starten, kleurde enkele parameters al in het rood. Maar we konden ook zien dat dit de piek was, en dat de zorgvraag daarna zou gaan dalen. De informatiemanager van het ziekenhuis gaf aan dat het bij hen nog rustig was. Het ziekenhuis kon de verwachte piek goed aan. Bovendien was het voor hen prettig dat zij wisten dat er een piek zou komen. Daardoor konden zij zich hierop voorbereiden. Dat soort informatie is tijdens een evenement echt goud waard. Daardoor konden we goed onderbouwd besluiten om de 10 kilometer te laten starten.”
De Dam tot Damloop en de Leiden Marathon zijn grote sportevenementen. Is de de-escalatieladder ook geschikt voor kleinere events met kleinere risico’s?
Irma: “In veel veiligheidsregio’s wordt al gewerkt met de de-escalatieladder. Ik zou ook andere veiligheidsregio’s, organisatoren en zorgpartijen zeker aanmoedigen om hiermee te gaan werken, ook voor kleinere evenementen. De de-escalatieladder is praktisch en gemakkelijk toepasbaar.
Het zou mooi zijn als veiligheidsregio’s met grote (sport)evenementen zich inzetten om de de-escalatieladder verder door te ontwikkelen, omdat er nog winst te behalen is. Maar de basis is al goed. Zelfs als veiligheidsregio’s ervoor kiezen om alleen het framework te gebruiken, geeft dat al een voordeel.
De de-escalatieladder zorgt bovendien voor voorspelbaarheid. Het maakt een complex speelveld, zoals de zorg, simpel. Dat geeft rust in de besluitvorming. Het zorgt er bovendien voor dat de besluiten die je neemt uitlegbaar zijn, ook aan je partners zoals de brandweer, politie en gemeenten. Zo kan de besluitvorming in gezamenlijkheid plaatsvinden. De de-escalatieladder is ontwikkeld voor sportevenementen. Maar hij is ook goed bruikbaar voor evenementen met andere gezondheidsrisico’s, zoals dance-events. Met de de-escalatieladder zorg je ervoor dat je van reactief handelen naar objectief sturen op veiligheid gaat, en daardoor wordt een evenement echt veiliger.”
Eline: “Daar ben ik het helemaal mee eens. De de-escalatieladder levert voor iedereen meerwaarde op: voor de veiligheidsregio’s én voor de organisatie van de evenementen. Het geeft namelijk ook inzicht in de risico’s die er nog aankomen. Daardoor kun je eerder kleinere maatregelen nemen en kun je soms voorkomen dat je een evenement helemaal moet stilleggen.”
Waar moet ik dan aan denken?
Eline: “Je kunt bijvoorbeeld de start een half uur uitstellen of extra sponzen met water uitdelen. Je kunt er ook voor kiezen om de tijdsregistratie stop te zetten. We weten namelijk dat mensen zichzelf pushen om harder te gaan lopen, als het een wedstrijd is. Daardoor gaan zij over hun eigen grenzen heen. Bij hitte is het beter om iets rustiger aan te doen.”
Jullie geven aan dat het mooi zou zijn als veiligheidsregio’s met grote evenementen zich inzetten om de de-escalatieladder verder te ontwikkelen. Waar moet ik dan aan denken?
Irma: “De de-escalatieladder is nog volop in ontwikkeling. De basis staat goed, maar er is nog winst te behalen in de manier waarop partijen informatie delen en duiden. Voorafgaand aan en tijdens het evenement registreren de betrokken partners hun beeld en inzet in LCMS. Op basis daarvan brengen we gezamenlijk in kaart waar iedereen staat en welke maatregelen nodig zijn.
Er zijn extra investeringen rond informatiemanagement nodig om ‘live’ de informatie te monitoren tijdens het evenement en daarna voor advies en onderzoek, bijvoorbeeld via een ontwikkelde app of digitaal dashboard.”
‘De de-escalatieladder is nog volop in ontwikkeling’
Eline: “Ik volg de opleiding Integrale Veiligheid aan de Haagse Hogeschool. Als afstudeeropdracht ben ik aan het kijken hoe we het gebruik van de de-escalatieladder kunnen verbeteren. In dit onderzoek heb ik gezien dat de de-escalatieladder alleen werkt als het beeld écht actueel blijft. In sommige organisaties hebben ICO’s ook een medische rol. Zij stoppen met registreren als het écht druk wordt, en daardoor valt het hele systeem in elkaar. Een van mijn aanbevelingen is dan ook om ICO’s aan te wijzen die zich dedicated met de registratie bezighouden.
Daarnaast ben ik met het KNMI in gesprek gegaan om te kijken of er aanpassingen nodig zijn, zodat de WBGT nog beter bij de Nederlandse weersomstandigheden aansluit. Dat blijkt niet nodig te zijn, want de WBGT houdt al rekening met bijvoorbeeld de Nederlandse luchtvochtigheid. De uitdaging zit hem vooral in de vertaling van de WBGT-waarde naar de activiteit die je doet. Bij een WBGT van 24 kun je nog prima op een terrasje zitten, maar je kan geen marathon meer lopen. Dus de moeilijkheid is vooral: bij welke WBGT adviseer je om niet te starten? Harde cijfers zijn er niet, maar uit onderzoek blijkt wel dat je vanaf een WBGT van 21 een kantelpunt krijgt.”
Zijn er, naast de de-escalatieladder, nog meer manieren om sportevenementen veiliger te maken?
Eline: “Zeker. We zien dat de deelnemers aan marathons de risico’s vaak onderschatten. Ze realiseren zich niet altijd hoe erg het mis kan gaan. Daarom steken wij veel energie in de voorlichting aan de deelnemers. We wijzen hen op het belang van een goede voorbereiding. Dat betekent bijvoorbeeld dat je zorgt voor de juiste kleding en dat je tijdens het evenement niet over je grenzen heen gaat.”
Irma: “Daar zetten wij ook op in. We hebben vooraf de organisatie geholpen met hun pr-campagne. Daarin zitten bijvoorbeeld filmpjes waarin mensen geïnterviewd worden die een heatstroke gehad hebben. Die pr-campagne zorgt ervoor dat de communicatie die je tijdens het evenement geeft niet nieuw is.
Bij hitte gaan we tijdens het evenement communiceren dat het belangrijk is om langzamer te gaan lopen. Die informatie komt beter aan als mensen begrijpen dat ze bij dit weer een groter risico lopen op een heatstroke.
De Dam tot Damloop heeft informatie op haar website staan over heatstrokes, zoals deze voorbereidingsvideo
Ook kun je in die pr-campagne misverstanden rechtzetten. Goedgetrainde lopers denken wel eens dat een heatstroke hen niet kan overkomen. Zij denken wel eens dat dit alleen ongetrainde lopers treft. Het tegenovergestelde is waar. Het zijn juist de prestatiegerichte mensen die door oververhitting in het ziekenhuis terecht komen.
Een heatstroke is voor de loper vaak heel onzichtbaar, omdat het ook impact heeft op je hersenen. Daardoor neem je niet goed waar dat je oververhit raakt en kun je blijven doorlopen, terwijl je lichaam de hitte niet meer aankan. Je wordt steeds zieker zonder dat je dit zelf doorhebt. De boodschap ‘ga langzamer lopen’ en elkaar daar op het parcours ook op wijzen, kan helpen om dat patroon te doorbreken. Dat is geen betutteling; op dat moment hebben we vaak al zeer zieke medelopers gezien. Goed op jezelf passen en ook op elkaar letten kan echt het verschil maken.”