Reportage
Rob Jastrzebski
Tekst:
Rob Jastrzebski
Verwachte leestijd: 5 min

Drielanden-oefening EMRIC: ‘Landsgrenzen zijn geen belemmering meer’

De hulpdiensten uit Duitsland, Nederland en België oefenden op zaterdag 21 maart een ramp in het Duitse Kreis Heinsberg. Het oefenscenario, net over de grens bij Sittard, was een periodiek toetsmoment voor het samenwerkingsverband EMRIC, Euregio Maas-Rijn Incidentbestrijding en Crisisbeheersing. Overheden in dit drielandengrensgebied werken al 25 jaar samen om de dagelijkse hulpverlening en crisisbeheersing effectief te organiseren zonder dat de landsgrenzen hierbij een belemmering vormen.

Een luide knal en een forse vuurbal markeerden het startmoment van de grensoverschrijdende samenwerkingsoefening. Het scenario: een complex en grootschalig verkeersongeval met meerdere personenauto’s, een passagiersbus en een tankwagen met gevaarlijke stoffen. Een flinke kluif voor de bijna 600 deelnemers van 15 oefenpartners uit Nordrhein-Westfalen, Nederland en België. Zij brachten een indrukwekkende hoeveelheid hulpverleningsmaterieel samen op de incidentlocatie, waarbij het belang van de Euregionale samenwerking goed zichtbaar werd. Want specifieke capaciteiten en kennis zijn soms, als gevolg van de korte afstanden, bij de buren simpelweg sneller beschikbaar.

Doel EMRIC
En precies dat was 25 jaar geleden het doel van de oprichting van EMRIC: snelle en optimale hulpverlening aan alle burgers in het grensgebied Euregio Maas-Rijn, met steden als Maastricht, Luik, Aken, Eupen en Hasselt. Door zijn geografie ligt Zuid-Limburg letterlijk ingeklemd tussen Nordrhein-Westfalen en Belgisch Limburg. Burgemeester Hans Verheijen van Sittard-Geleen, tevens vicevoorzitter van Veiligheidsregio Zuid-Limburg, die de imposante oefening vanaf een viaduct overziet, vertelt wat dat voor zijn gemeente praktisch betekent.

De oefening startte met een luide knal en een forse vuurbal. Foto’s: Rob Jastrzebski

“De gemeente Sittard-Geleen meet op het smalste deel in oost-westrichting een afstand van circa vijf kilometer. Aan beide flanken grenzen we aan het buitenland. In noodsituaties kan de hulp van brandweer, politie en ambulance over de grens soms sneller ter plaatse zijn dan onze eigen eenheden. Zo staat er bijvoorbeeld een traumahelikopter gestationeerd in Aken, terwijl de dichtstbijzijnde Nederlandse traumahelikopter uit Volkel moet komen. Ook zijn over de grens enkele grote ziekenhuizen gevestigd, die voor een deel van de bevolking dichterbij liggen dan een ziekenhuis in eigen land. Het EMRIC-samenwerkingsverband is gebaseerd op het zo snel mogelijk helpen van burgers. Dat doen we zowel in de dagelijkse hulpverlening als bij grotere calamiteiten en crises.”

Groter raamwerk
EMRIC sluit aan bij een groter raamwerk van Europese en bilaterale verdragen over grensoverschrijdende samenwerking en heeft vorm gekregen binnen de kaders van de nationale wet- en regelgeving. In de overeenkomst is nauwkeurig vastgelegd welke bevoegdheden de verschillende disciplines hebben als zij over de landsgrens heen worden ingezet. Zo mogen spoedvoertuigen van de hulpdiensten over de landsgrens heen zwaailicht en sirene voeren en mag de politie een verdachte tot over de grens achtervolgen. Diverse brandweerkazernes hebben voor de eerste uitruk bij incidenten delen van verzorgingsgebieden over de landsgrens. Patiëntenvervoer naar een ziekenhuis in een van de buurlanden is bijna dagelijkse routine.

Er is nauwkeurig vastgelegd welke bevoegdheden de disciplines hebben over de landsgrens

EMRIC is een breed samenwerkingsverband, dat zich uitstrekt over de taakvelden brandweerzorg, crisisbeheersing, rampenbestrijding, spoedeisende medische zorg en ziekenhuiszorg. De cijfers van het werkgebied op een rijtje: binnen de Euregio Maas-Rijn wonen vier miljoen mensen in een sterk verstedelijkt en geïndustrialiseerd gebied. In het gebied zijn zeven meldkamers, 57 brandweerkorpsen, 40 reddingsdiensten en zeven gezondheidsorganisaties actief en er zijn drie universitaire ziekenhuizen gevestigd. Jaarlijks vinden er 800 tot 1000 grensoverschrijdende hulpverleningsinzetten plaats.

Systeem- en taalverschillen
“Natuurlijk zijn er wel systeemverschillen tussen de hulpverlenings- en crisisbeheersingsorganisaties in de verschillende landen”, stelt de burgemeester vast, terwijl hij het verloop van de oefening volgt. “Zo zien we dat de Duitse hulpdiensten al in een vroege fase van de hulpverlening heel fors opschalen met veel materieel, terwijl de veiligheidsregio’s in Nederland dat meer gedoseerd doen en grote calamiteiten in kleinere klussen opdelen. Daarom zijn deze oefeningen zo waardevol; we leren veel van elkaar, delen kennis en bouwen goede netwerkcontacten op. Van die voorbereidingen boeken we bij een echte calamiteit of crisis de winst.”

Natuurlijk zijn er systeemverschillen. Door de oefening kunnen hulpdiensten van elkaar leren

Petro Winkens, plaatsvervangend directeur van Veiligheidsregio Zuid-Limburg, beaamt deze woorden. Hij vertelt dat de zuidelijkste regio van Nederland, als gevolg van zijn intensieve grensverkeer en economische en bestuurlijke banden met buitenlandse buurregio’s, al een lange staat van dienst heeft in grensoverschrijdende samenwerking. En die wordt in praktische zin steeds verder doorontwikkeld, op grond van concrete doelstellingen in het meerjarenbeleidsplan 2024-2028. De focus in het beleidsplan ligt de komende jaren op verdere intensivering van de samenwerking binnen het netwerk van partners, ondersteuning bij de uitvoering van de diverse grensoverschrijdende overeenkomsten, innovatie en kwaliteitsverbetering.

Vertaal-applicatie
Een belangrijk punt dat Petro aansnijdt is de communicatie, operationele informatiedeling en coördinatie. Een uitdaging in een grensgebied waarin vier talen worden gesproken, inclusief een Franstalig gebied rond Luik ten zuiden van Maastricht. “In het EMRIC-verband zijn zeven meldkamers actief, die fungeren als spin in het web bij alarmering, opschaling en onderlinge bijstand. Dan is het wel belangrijk dat de onvermijdelijke taalbarrière geen hindernis vormt bij het overdragen van informatie, zoals bij een bijstandsaanvraag. De taaldrempel en verschillen in terminologie kunnen ertoe leiden dat wellicht niet het juiste gewenste materieel ter plaatse komt waardoor kostbare tijd verloren gaat.

‘We werken met een vertaal-app’

De oplossing die we hiervoor hebben gevonden, is de ontwikkeling van een vertaal-applicatie die in de informatiesystemen van alle betrokken meldkamers is geïmplementeerd. Die app vertaalt een binnenkomende hulpvraag of situatierapportage van een meldkamer over de grens direct in de landstaal. Dat maakt de coördinatie van grensoverschrijdende inzet voor centralisten stukken eenvoudiger. Ook tijdens de oefening op 21 maart is de communicatie tussen de betrokken meldkamers met behulp van de app beoefend.”

Eentalige inzetvakken
Een ander leidend principe bij grensoverschrijdende hulpverlening, dat ook tijdens deze oefening goed te zien is, is het systeem van ‘hakken in vakken’. Leon van Kalmthout, kazernechef brandweer in Maastricht, licht toe hoe dat in zijn werk gaat. “In de directe hulpverlening op de plaats incident moet je de taaldrempel per definitie vermijden, om misverstanden in de aanpak te voorkomen. Dan is het inzetten van gemengde teams met hulpverleners uit diverse landen geen handige optie. In de EMRIC-samenwerking lossen we dat op door een groot incident op te knippen in kleinere inzetvakken. We wijzen elk inzetvak toe aan de eenheden van één land, onder hun eigen leiding. In de overkoepelende coördinatie maken de tactisch leidinggevenden afspraken wie welke klus aanpakt, waarna de bijstandseenheid onder eigen commando die klus uitvoert.”

Binnen een inzetvlak werken de hulpdiensten samen met eenheden uit hun eigen land

De eenheden werken daarbij volgens hun eigen procedures en maken voor hun communicatie gebruik van hun eigen verbindingsmiddelen. Leon: “Hoewel Nederland, België en Duitsland alle drie gebruikmaken van een digitaal radionet volgens de TETRA-standaard, kunnen we geen gebruik maken van elkaars netwerk. Om op commandoniveau toch te kunnen afstemmen en coördineren, wordt door het ontvangende land één portofoon uitgereikt aan het commando van de bijstandverlenende eenheid uit het buurland.”

Publiek-private samenwerking
De jongste EMRIC-oefening had, naast het redden en behandelen van enkele tientallen gewonde slachtoffers en brandbestrijding, ook een ‘IBGS-component’ (Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen). Op dit deelscenario werd vanuit Nederland een gespecialiseerde IBGS-eenheid van chemiecluster Chemelot ingezet.

De gespecialiseerde IBGS-eenheid van chemiecluster Chemelot werkte tijdens deze oefening samen met de Duitse hulpverleners

Hiermee kreeg ook de publiek-private Limburgse samenwerking tussen industrie en Veiligheidsregio Zuid-Limburg een grensoverschrijdend tintje. In dit geval wel in samenwerking met de Duitse partners, die een indrukwekkende hoeveelheid specialistische IBGS-eenheden uit verschillende landkreisen ter plaatse stuurden. Verkenning en redding werden door de Duitse eenheden uitgevoerd, evenals de ontsmetting van slachtoffers en ingezette hulpverleners, terwijl het team van Chemelot het dichten van het lek in de tankwagen voor zijn rekening nam.

Ontwikkeling
De oefening werd gadegeslagen door bestuurders en directieleden van de EMRIC-landen. Zij blikken tevreden terug op de oefening, die in hun beleving heeft bijgedragen aan verdere versterking van het gezamenlijke hulpverlenings- en crisisbeheersingsnetwerk in het Euregio-grensgebied. Dit is een zone waarin de landen ook op andere terreinen al veel met elkaar samenwerken en op elkaar zijn aangewezen. Voor de toekomst zijn er nog wel verdere mogelijkheden tot ontwikkeling.

‘Crisisstaven zouden frequenter kunnen oefenen’

Anja Montforts, coördinator crisisstaf van Kreis Heinsberg, vat samen: “De EMRIC-samenwerking is voor alle partners heel belangrijk. Veel inwoners van onze regio reizen dagelijks over de grens om te werken of te winkelen. In een gebied met zoveel grensoverschrijdend verkeer, veel industrie en vervoer van gevaarlijke stoffen is het daarom cruciaal dat ook de hulpverleningsdiensten samenwerken en weten wat ze aan elkaar hebben. Daarvoor was deze EMRIC-oefening een heel goede exercitie. We zien hoe basishulpverleningseenheden, maar ook specialisten over de grens heen gezamenlijk een complex incident effectief kunnen aanpakken.”

Bestuurlijke crisisstaven
Waar de partners volgens Anja nog in moeten investeren is versterking van de samenwerking op het gebied van bestuurlijke crisisstaven. “Tijdens deze oefening lag de nadruk sterk op de operationele hulpdiensten. Maar ook op het niveau van lokale en regionale crisisstaven zouden we frequenter kunnen oefenen. Ook de gemeenten en de Kreis hebben immers belangrijke taken tijdens een grote calamiteit of crisis, zoals evacuatie en opvang van de bevolking. Een oefening op deze schaal vergt veel voorbereiding en kost veel geld en energie. Maar de bereikte resultaten zijn die investeringen waard. Sinds de oprichting van EMRIC vindt elke vier jaar een gezamenlijke oefening op deze schaal plaats. Maar als gevolg van corona kon de oefening van 2022 niet doorgaan, waardoor dit de eerste grote oefening in acht jaar is.”

06 mei 2026